Tab Gemeente Coevorden
Terug naar zoeken
Distributiebonnen

Rapport overval op het Distributiekantoor te Coevorden op 20 juni 1944

Type:
Geschiedenis
Kern:
Coevorden
Kenmerken:
Gebeurtenis
Periode:
Tweede Wereldoorlog 1940-1945

(de tekst is letterlijk uit het rapport overgenomen)

Marechaussee-gewest Groningen. Coevorden, 21 Juni 1944
Groepscommandant  No: 496.

Aan:
den Heer Majoor, Comdt. Mar. Gewest Groningen (in enkelvoud)
den Heer Wnd.Gew.Politie-President te Groningen (in enkelvoud)
den Heer Afdeelingscommandant te Coevorden (in enkelvoud)
den Heer Burgermeester, Pol.Gezagsdrager te Coevorden (in Duple)
den Heer Polizeiofficier beim B.R.K. te Assen (in enkelvoud)
Polizeiposten des Sicherheitspolizei und des S.D. te Assen (in enkelvoud)

Onderwerp: Overval op het Distributiekantoor te Coevorden, op 20 juni 1944

Ter bevestiging van mijn telefonische melding voor den berichtendienst, o.a. aan den Heer Majoor Commandant van het Marchaussee-Gewest-Groningen, d. d. 20 Juni 1944, moge ik U berichten:
“Op Dinsdag 20 juni 1944 te ongeveer 18.00 uur, werd mij telefonisch medegedeeld dat even te voren een gewapende overval op het Distributiekantoor te Coevorden had plaats gevonden. Onmiddellijk heb ik mij met eenige manschappen mijner Groep naar dat Distributiekantoor begeven. Daar ter plaatse zag ik den Wachtmeester Prins. J. dezer Groep, en den kassier waardemateriaal Frowijn.J. beiden in bewusteloozen toestand in een auto liggen, waarna zij naar het Aleida Kramerziekenhuis hier ter plaatse zijn vervoerd. Van de omstanders hoorde ik dat genoemde Wachtmeester door een schot in zijn buik was verwond, terwijl Frowijn door een hem toegebrachte slag op zijn hoofd bewusteloos was geraakt. Van de daar dienstdoende burgerbewakers hoorde ik, dat even te voren 4 a 5 gewapende personen, waaronder een vrouw, het Distributiekantoor waren binnengekomen. Terwijl eenige overvallers de bewakers met pistolen in bedwang hielden, begaven anderen zich in het lokaal waarin zich de kluis bevindt. Toen de daar aanwezige dienstdoende Wachtmeester Prins. J. de overvallers zag binnenkomen, wilde deze zijn pistool trekken. Voor hij hiertoe kon overgaan, werd hij reeds door een der aanvallers in de buik geschoten, waarop hij op den grond viel. De kassier waardemateriaal, die weigerde de sleutel van de kluis af te geven, werd daarop door de aanvallers bewusteloos geslagen. Nadat de overvallers zich eenige oogenblikken in de kluis hadden opgehouden, zijn zij vertrokken, na de bewakers in de kluis te hebben opgesloten, terwijl zij den Wachtmeester Prins een postzak onder diens hoofd hadden gelegd. Dadelijk bij hun binnenkomen hebben de aanvallers de telefoondraden doorgesneden, zoodat geen allarm kon worden gemaakt.

Signalementen van de personen:

Leeftijd 35 a 40 jaar, lang ± 1.70 meter, donker haar, was gekleed in donker costuum en droeg een bril.Signalement tweede persoon: Lang ± 1.55 meter, bleeke gelaatskleur, was blootshoofd. Signalement vrouw: Leeftijd 30 a 35 jaar, ± 1.60 meter lang, was gekleed in witte regenjas, zij droeg een hoofddoek om het haar. Van de andere personen kon geen signalement worden opgegeven. Ter plaatse zijn 2 hulzen gevonden van een pistool, caliber 7.65 mm., niet behorende tot het pistool van den Wachtmeester Prins. Diens pistool, merk F.N. No. 5159, caliber 9 mm. bleek met de reservehouder te zijn verdwenen, en zal zeer waarschijnlijk door de aanvallers zijn meegenomen.

Daar het vermoeden bestond dat de aanvallers per rijwiel waren vertrokken, heb ik mij in vereeniging van den Onderluitenant Merk. F. behoorende tot de Staf Coevorden, per auto begeven op de buitenwegen van Coevorden, teneinde de daders alsnog aan te houden, terwijl ik de omliggende Groepen en Posten heb doen waarschuwen. Op den weg tusschen Nieuwlande en het kruispunt van den weg Hoogeveen-Oosterhesselerbrug zag ik twee manspersonen rijden op een rijwiel, komende uit de richting Nieuwlande en gaande in de richting Hoogeveen-Oosterhesselerbrug. Daar het mijn bedoeling was die mannen staande te houden, gaf ik den bestuurder van de auto opdracht te stoppen, waaraan deze voldeed. Nog voor dat de auto geheel stil stond, trokken die beide personen ieder een pistool uit hun zak. Terwijl Onderluitenant Merk en ik uit de auto stapten begonnen die personen op ons te vuren. De onderlinge afstand bedroeg toen ongeveer 30 meter. De eene persoon schoot al op ons, toen hij nog op zijn rijwiel zat, de andere was ondertusschen van zijn rijwiel gegaan. Het vuren werd onmiddellijk buiten de auto door ons beantwoord, waarbij de persoon, gezeten op zijn rijwiel, daar af viel en in een sloot naast dien weg terecht kwam. Ter plaatse was een diepe sloot, die loodrecht op de bermsloot liep, naast een hoog korenveld, waarlangs die persoon zich onmiddellijk aan ons gezicht onttrok.

De andere persoon was inmiddels met zijn rijwiel achter een aldaar staande boom gegaan en zocht daar dekking. Onderluitenant Merk en ik, zochten eveneens dekking achter de boomen en daarna in de bermsloot. Het vuurgevecht werd van beide kanten voortgezet. De afstand die ons toen van den aanvaller scheidde, bedroeg ook thans ongeveer 30 meter. Onder het vuren riep ik dien persoon toe dat hij zijn pistool weg zou gooien en zich zou overgeven, waarop die persoon terug riep: “Dat nooit tot de laatste patroon toe, levend krijg jullie mij niet in handen, ik ken jullie wel en daarom zijn wij naar Coevorden gekomen.”
Zelf ben ik toen nog op den weg gekropen om hem beter onder vuur te kunnen nemen, terwijl de Onderluitenant Merk in de bermsloot bleef liggen. Het vuurgevecht heeft ongeveer 1¼ uur geduurd en wel van 18.45 uur tot 20.00 uur.

Van de gelegenheid dat onze munitie opraakte, heeft de aanvaller gebruik gemaakt om zich met zijn rijwiel te verwijderen in de richting Nieuwlande. Hierop zijn de beide laatste patronen die ik in mijn bezit had, op hem verschoten, terwijl Onderluitenant Merk zijn munitie al eerder kwijt was. Vervolgens is door ons onmiddellijk de Rijksspeurhondgeleider van Balkbrug ontboden, die een onderzoek en het spoor heeft gevolgd van den eerste persoon, die zijn rijwiel had achtergelaten, doch zonder succes. Te 20.15 uur kwam de eerste hulp opdagen, bestaande uit 3 politiemannen van Oosterhesselen. Een van hen bleef ter plaatse voor het bewaken van den toestand en het rijwiel, met de beide andere politiemannen hebben wij de achtervolging ingezet van den persoon die met zijn rijwiel was ontkomen. Bij informaties bleek ons dat hij vermoedelijk was verdwenen in de richting Hoogeveen.

Daarop zijn onderluitenant Merk en ik per auto doorgereden naar Hoogeveen, en hebben de juist binnenkomende trein van Assen volledig gecontroleerd, doch zonder succes. Of een der aanvallers door ons is verwond is niet bekend. Onderluitenant Merk en ik zijn er ook zonder verwonding afgekomen. Het pistool waarmede laatstbedoelde persoon op ons schoot was van groot caliber, een z.g.n. parabellum. Ter plaatse is door een der aanvallers achtergelaten een heerenrijwiel, merk “Gebr.Tonkes, Assen, Rolderstraat 63, zwart gelakt, geel gebiesd, zwart celluloid stuur, freeuwheel met de naam “J.Bosscher”, electrische lamp, merk “Scharlach”en dito dynamo, nieuwe voorband, merk V 1944, nieuwe achterband, merk “29 H s”.

De tasschen bleken te bevatten een blauwe garbedina overjas, een muiskleurige garberdina overjas, benevens een bruin geverfde marechausseebroek, voorzien van een zakje voor de gummistik. In de blauwe overjas bevonden zich o.a. een spoorkaartje Stadskanaal-Groningen, afgegeven 16 juni 1944, alsmede twee rijwiel kaarten van Stadskanaal naar Groningen, d.d. 16 juni 1944, een plaatskaart geldig voor de E.D.S. tram enkele reis Assen-Coevorden met een rijwiel d.d. 9 juni 1944. Ook bevond zich in een der tasschen een complete verbanddoos. Het rijwiel en genoemde goederen zijn door mij in beslag genomen en voorlopig geborgen in de Marechaussee kazerne te Coevorden. De verwonde Wachmeester is genaamd Johannes Prins, geboren te Onstwedde 6 november 1916, wonende te Coevorden, Tuindorp No. 19, gehuwd. Zijn toestand is zeer ernsig doch positief kan nog niets worden vastgesteld. De verwonde kassier waardemateriaal is genaamd Jan Frowijn, geboren te Emmen 17 februari 1915, ongehuwd, wonende te Coevorden Kasteel No: 23. Hij heeft een herschenschudding bekomen doch zijn toestand is bevredigend. Beiden verblijven nog in het Ziekenhuis te Coevorden. Na de overval op het Distributiekantoor lag in de gang van dat gebouw een dameshandtasje, aan de voorzijde schildpadkleur, aan de achterzijde beigekleur, inhoudende een eigen-gesmeed zakmes waarop voorkomt de naam J.H. Dolsma (vermoedelijk de naam van den fabrikant) benevens een dames portemonnee, inhoudende een bedrag aan geld van F. 78.48 benevens eenige losse distributie rantsoen bonnen. Dit tasje is vermoedelijk afkomstig van de vrouw die bij overval tegenwoordig is geweest, en aldaar in de gang steeds de wacht heeft gehouden. Volgens getuigenverklaring was deze vrouw gewapend met een zwaar pistool, vermoedelijk een parabellum.

De toestand van den Wachtmeester Prins en den kassier waardemateriaal Frowijn is van dien aard dat deze nog niet konden worden gehoord. Een lijst van de vermiste distributiebescheiden zal als bijlage bij dit schrijven worden gevoegd. Het onderzoek in dezen wordt voortgezet.

De Hoofdwachtermeester,
Groepscommandant,

G. Jansen