Tab Gemeente Coevorden
Terug naar zoeken
Boeing B-17 Flying Fortress

De bommenwerper B-17G op 11 januari 1944 in grensgebied Sleen en Zweeloo

Type:
Geschiedenis
Kern:
Sleen, Zweeloo
Kenmerken:
Gebeurtenis
Periode:
Tweede Wereldoorlog 1940-1945

Op 11 januari 1944 was er een grote aanval met bommenwerpers van de Amerikaanse USAAF op Oscherleben. Hier het verhaal van één van de zogenaamde vliegende forten uit deze formatie. De piloot van de Boeing B-17G “Fire Ball II” was de 2e Luitenant Thompson E. White (Tom), een 27-jarige jongeman uit Eugene, Oregon.

Vandaag vloog hij zijn vierde missie en zijn B-17 behoorde tot het 511e “Ball” Squadron. Ze vertrokken om 08.19 uur vanaf Polebrook om die dag met veel andere Amerikaanse bommenwerpers naar Oschersleben te gaan. Op deze dag vloog hij niet met zijn eigen vliegtuig genaamd “Devils Ball” omdat dit vliegtuig beschadigd was en nog steeds niet gerepareerd was.

Luchtafweergeschut

Er waren geen moeilijkheden op de reis naar Oschersleben, maar boven het doelgebied werd de B-17G geraakt door luchtafweergeschut bij motor nummer 3. Daardoor konden ze hun positie in de formatie van bommenwerpers niet handhaven. Ze verloren snelheid en zo werden ze een achterblijver, ook wel “straglers” genaamd maar ook een makkelijke prooi voor de Duitse jagers. Verscheidene Ju 88’s en FW 190’s en zes Me 109’s begonnen hen aan te vallen. Een Ju 88 viel aan vanuit de positie “drie uur” en twee Me 109’s vielen de achterkant aan. Tijdens de vlucht op de route van Oschersleben naar Groningen werd het grote vliegtuig met de letter “L” op de staart voortdurend aangevallen. Het compartiment van de staartschutter werd geraakt en schutter Sgt. Hyman Hitow raakte gewond. Ook de geschutskoepel bovenop de rug van het vliegtuig werd geraakt en beschadigd. In het vliegtuig waren overal treffers. Motor nummer 2 werd geraakt en brandde.

White en zijn 2e piloot, 2e Luitenant Valeau Wilkie slaagden erin om de propeller in de vaanstand te krijgen. Ze werden zich er van bewust dat ze op deze manier de thuisbasis niet meer zouden kunnen bereiken. Tom White gaf zijn bemanning opdracht om te springen en slaagde erin zijn brandende en neerstortende Flying Fortress uit de richting van het kleine dorpje Noord-Sleen te sturen. 

De eerste die zich redde was Sergeant Harry D. Kratz, de wireless operator. Hij landde met zijn parachute en werd verborgen met hulp van het Nederlandse verzet. Ook de overige bemanningsleden sprongen ook en zeker zes van hen werden door het Nederlandse verzet verborgen gehouden.
De namen van de verborgen bemanningsleden waren:

  • Sergeant Clyde L. Mellen, koepelschutter
  • Sergeant Walter R. Snyder, koepelschutter
  • 2e Luitenant Valeau Wilkie Junior, 2e piloot
  • 2e Luitenant Freed Warren Junior, bommenrichter
  • Sergeant Norman Elkin, linker boordschutter
  • 2e Luitenant Thomas E. White, piloot

De bemanning die door de Duitsers werden gevangen genomen waren:

  • Peter A. Soderling, navigator
  • Sergeant John H. Watson, rechter schutter
  • Sergeant Hitow, staartschutter

Monument

Wonder boven wonder wist piloot White de bommenwerper voor de crash uit de richting van Noord-Sleen te sturen en het toestel kwam terecht in open gebied op de gemeentegrens van Zweeloo en Sleen. White had daarmee een ramp voor Noord-Sleen voorkomen. Op 5 mei 1990 heeft de moedige piloot een monument onthuld bij de plaats waar hij met zijn parachute terecht kwam. Het monument, een grote veldkei met opschrift, staat nabij Noord-Sleen aan de rand van het Staatsbos.

Bron: Ab A. Jansen, Sporen aan de hemel.