Tab Gemeente Coevorden
Terug naar zoeken
Kaart met vindplaats in Coevorden-noord

Slotopmerking

Type:
Collectie
Kern:
Coevorden
Kenmerken:
Gebeurtenis
Periode:
Van prehistorie tot de middeleeuwen

Slotopmerkingen met betrekking tot een eventuele continuïteit in bewoning te Coevorden

In de laatste jaren is het besef gegroeid dat met name de ijzertijd nederzettingen in Drenthe veelal de basis vormen van latere bewoning op bepaalde plaatsen. Harsema 1979 zegt hierover het volgende: “Vanaf de bronstijd lijkt de bewoning een zekere continuïteit te vertonen, in die zin, dat althans de territoria van de verschillende nederzettingen, het totale gebied dat door een dorpsgemeenschap – hoe extensief ook – geëxploiteerd wordt, voortdurend bewoning kende. Niet te bewijzen maar wel aannemelijk is dat de latere bewoners waarschijnlijk ook voor een belangrijk deel afstammelingen van de vroegere waren en dat, althans de gemeenschap als geheel, bepaalde exclusieve gebruiksrechten op (delen van) het territorium deed gelden. Die continuïteit van bewoning heeft hier betrekking op het gehele territorium en geldt ook als de nederzetting zich binnen zijn gebied één of meerdere malen verplaatst. Een dergelijk afbreken van bewoning op één plaats en een bewoning in wat latere tijd op betrekkelijk geringe afstand is geen onbekend verschijnsel”.

Met betrekking tot het laatste kan het volgende worden vermeld. Zou de nederzetting bij Coevorden de basis zijn voor het Middeleeuwse en huidige Coevorden dan moeten we bezien waar resten van latere bewoning voor de dag zijn gekomen om zondoende eventueel het verloop van de verschuiving te kunnen reconstrueren.

De eerstvolgende resten van menselijke bewoning in Coevorden stammen echter van de opgraving bij het kasteel en van bouwwerkzaamheden naast het arsenaal. Het betreft hier zogenaamd Pingsdorf aardewerk dat gedateerd kan worden op ± 10e eeuw na Christus en dat gekenmerkt wordt door vaak komma- of lijnvormige paarsrode versieringen. Bezien we de afstand tussen de nederzetting en deze vondsten dan blijkt deze toch nog ± 1500 meter te bedragen terwijl de afstand in tijd ± 800 jaar is.

Waar kan de tussenliggende periode dan gebleven zijn?


Het meest aannemelijk lijkt het om deze resten ergens tussen de vindplaats van het Pingsdorf aardewerk en de nederzetting te zoeken hetgeen temeer aannemelijk wordt door het voorkomen van hogere koppen te Poppenhare. Met andere woorden heeft de nederzetting zich over Poppenhare naar de huidige plaats verschoven? Op deze vraag zal gezien het feit dat te Poppenhare alle observatiemogelijkheden door woningbouw verloren zijn gegaan geen antwoord kunnen worden gegeven. Als echter in de vroege Middeleeuwen een strategische ligging zoals die van het latere Coevorden van belang was lijkt deze mogelijkheid niet uitgesloten.