Tab Gemeente Coevorden
Terug naar zoeken
Dienstplichtig soldaat Harm Eggens

IV. Militaire dienst 1960-1962 (biografie)

Type:
Collectie

Op dinsdag 14 juni 1960 melden bij de Juliana van Stolberg kazerne te Amersfoort. Voor 10 uur. En voor de lunch om 12 uur zelf een lunchpakket meenemen. Direct na de lunch moesten we alleen maar een overhemd en stropdas ophalen dat was voor de foto op je militair pas-poort. Alleen het bovenstuk kwam er maar op daaronder zag je toch niet dat het nog in burger was. Later in de week kreeg je je PSU. Persoonlijke standaard uitrusting.

’s Avonds warm eten van de kazerne. Deze kazerne was gebouwd tussen 1889 en 1892. Toen buiten Amersfoort. De hoofd gebouwen bestonden uit 4 bataljonsgebouwen. Die de namen hadden van Adolf, Hendrik, Lodewijk en Willem. Vernoemd naar de 4 zonen van Juliana van Stolberg. Ik kwam in de Willem kazerne. Dit bleek het gebouw te zijn voor de rekruten.

We kwamen daar op een kamer met wel 30 bedden. Stapelbedden. Alleen maar dekens. Lakens heb ik mijn hele diensttijd niet gehad. Een kussen gevuld met stro en het bed gevuld met stro. Het was zo vol gepropt door de vorige soldaten dat je de eerste nachten er bijna vanaf viel. Met elk een kast waar je naam en meerdere gegevens op stonden.

Plaatje op de kast

In het midden tafels met houten banken. ’s Morgens om 6 uur op. Om 8 uur, 18 uur en 22 uur appel. Om half 11 moest het licht uit. Dit was het schema door de hele diensttijd. Probeer daar dan maar eens te tekenen. 
Ik vertel redelijk veel over diensttijd om te laten zien dat tekenen bijna onmogelijk bleek te zijn in deze periode. Een enkele tekening heb ik gemaakt in deze 20 maand. Al deze tijd heb ik ook een ander nooit zien tekenen. Ze zullen er vast geweest zijn maar niet gezien.
Drie keer per dag eten in de grote eetzaal. ’s Morgens en ’s middags brood en ’s avonds warm eten. Alles werd je op hetzelfde driedelig bord geschept. Je werd afgemarcheerd vanaf  de straat voor je kamer tot aan de eetzaal, mok en bestek had je in een hand met de vrije arm moest je mee marcheren.  Dan rij voor rij naar binnen begeleid door een sergeant. Na de maaltijd mocht je op eigen gelegenheid terug lopen naar de kamer. De “koffie” die we in de eetzaal kregen noemden we dienstgeheim want het smaakte niet naar koffie, waarna wel weet ik nog nooit maar de kleur kwam in die richting als je wat fantasie had. Mijn hele diensttijd, ook in de andere kazernes heb ik nooit koffie gezien. Behalve in de kantine ’s avonds en op oefening van de kadi wagen (kadi is de afkorting van kantine dienst). Maar dat moesten we zelf betalen.

Foto rekruten 

Midden voor naar beneden gebogen Harm Eggens. Geheel rechts onderste rij mijn slapie.
In de eerste week is deze foto gemaakt door “Ome Jan”. De vaste kazerne fotograaf, begreep ik. Wel een burger fotograaf.

Na 3 weken naar huis.
Vanwege de begrafenis van Leen mocht ik vrijdagavond weg. In periode III al even besproken. Na de begrafenis kwam de smid uit Erm en bracht de brommer die ik van mijn vader en moeder kreeg.

 Foto van de brommer met vader en moeder en familie.  1960
Boven de vrouw rechts was het bosje waar onderduikers in zaten. Het bosje was in de oorlog groter.

Mijn moeder vroeg hoe het eten was en dat we genoeg kregen. Ik vertelde haar dat het eten goed en voldoende was. Dat was geruststellend voor haar. Toen vertelde ze dat ze zo vaak haar vader had horen vertellen over zijn diensttijd. Haar vader had verteld dat hij uitgezocht was voor bij koning Willem III te dienen op Het Loo. Soldaten van een bepaald postuur werden daarvoor geselecteerd vertelde ze had haar vader verteld. Maar vertelde dat ze zo slecht hadden te eten als ze een keer bruine bonen kregen stopten ze stiekem de zakken vol voor de volgende dag. Dan hadden ze een dag extra eten. Hij was geboren in 1870. Mijn moeder was gerust gesteld dat dat niet meer voor kwam.

Appèl 
Om 8 uur appel bij de vlaggen mast. Om half 9 begon de dagtaak. We kregen les. Er werd uitgelegd wat de regels zijn. De eerste dag hadden we gehoord onder de krijgstucht te staan. We kregen onze uitrusting. PSU genaamd. Er stond op, M.v.O. [ministerie van oorlog] en Von Pieckart Holsloot op sommige kledingstukken.
In een van de eerste lessen werd je verteld dat je moest doen wat je meerdere je opdroeg. De instructeur gaf een voorbeeld. Hij zei als een meerdere je een bevel geeft tegen een muur te lopen dan doe je dat. Doe je dat niet dan weiger je een dienstbevel. Dat is strafbaar. Vind je de opdracht niet juist dan voer je het eerst uit en daarna in beklag. Hij zei er wel bij ik raad je echter niet aan om het te doen omdat je daarna nog wel verder moest met zo’n meerdere.
Een van onze jongens probeerde zich onopvallend te drukken bij onaangename oefeningen. Totdat de kapitein hem bij zich riep en zei dat hij vond dat de soldaat in kwestie niet goed zijn best deed en vroeg aan hem of hij liever de rekrutentijd weer over wilde doen. Toen kon het gebeuren. Dezelfde persoon wou geen warm eten in dienst hebben. Hij vond het dan ook niet nodig om aan te treden afgemarcheerd te worden naar de eetzaal zoals dat 3 keer per dag ging. Geen sprake van. Hij toonde een eigen initiatief en dat bestaat niet voor een rang als soldaat. Hij kreeg te horen mee naar de eetzaal te gaan en zijn 3-delig bord vol laten scheppen en plaats nemen in de eetzaal. Moest gaan zitten en het voedsel in de mond doen was niet verplicht. Dan kon hij weer gaan staan alles weggooien en op eigen gelegenheid terug lopen naar de kamer. Dit heeft hij zijn hele diensttijd volgehouden.
In de theorie lessen werd ons gezegd dat we niet hoeven na te denken want dat deden zij voor ons. 
Frank van Wezel schreef al in zien boek over zijn diensttijd; De soldaat behoefde geen hersens te hebben en als hij ze per ongeluk wel had, werd hem bij elke gelegenheid dringend onder het oog gebracht, dat hij beter deed ze niet te gebruiken; hij had niets te denken, hij had bevelen uit te voeren. En basta!
In 1960 was het kennelijk nog net zo.

Ik begon het soldatenleven te vergelijken met de schaapskudde van eerder van de buurman. 
Schapen,   hond,   schaapherder.
Soldaten, sergeant, officier.
De hond en de sergeant lopen om hun groep en nooit er binnenin. De schaapherder en de officieren kijken of hun onderdanen het goed doen. Historisch gezien hield de sergeant de manschappen in het gelid. En als eerste het strijdtoneel betrad om zijn mannen aan te sturen. De hond houdt de kudde in het gareel en drijft de kudde op aanwijzing van de herder het veld in.
Buiten de dienst kwam je de officieren en onderofficieren niet tegen. Zij hadden ook elk hun kantine en eetzaal.
Er werd ons ook verboden familiair met het kader om te gaan.

We kregen een groot geweer. Een Garant 4,3 kg. De instructeur vertelde trots dat we daar blij mee mochten zijn want in de 2e WO (er was nog maar 15 jaar wapenstilstand) werd die ook gebruikt en hadden er heel veel succes mee gehad. 

Je was je salaris kwijt. Daar kwam 1 gulden per dag voor in de plaats de eerste 4 maanden. Dan werd het 1,25 gulden per dag. 25 % opslag waar krijg je dat. Er werd gezegd dat je je eerste levens behoefte allemaal voor niets kreeg. Eten, kleden en wonen. Om de 2 week vrij vervoer de andere keer half geld als je naar huis wou als het kon. Gelukkig hielpen mijn ouders mij. Want van het soldij kon het niet. Altijd wassen met koud water 1 x in de week douchen.
De eerste 2 zondagen verplicht naar de kerk. Katholieken rechts opstellen de rest links en dan afgemarcheerd tot aan de kerkdeur en dan rij voor rij naar binnen en ook zo weer terug. De kerk stond aan de Leusderweg dicht bij de kazerne. 
Op 20 juli ’s avonds om ongeveer 7 uur, ik stond half aangekleed op de kamer komt met veel bombarie de sergeant van de week de kamer op stormen en vroeg stilte. Hij zei wie heeft hier bloedgroep O – positief. Diversen staken de vinger op, ik ook. Dit is de meest voor komende bloedgroep en kan aan iedereen bloed geven. Er werd gezegd, direct mee, ik zei dat ik me ging aankleden. Nee geen tijd meer. Dat ging in de vrachtwagen en gelijk weg buiten de kazerne. Waarheen? In een ommezien lag ik op een bed half aangekleed en er werd bloed afgetapt. Na afloop hoorde ik dat we in De Lichtenberg Ziekenhuis aan de Utrechtseweg in Amersfoort waren. Er was een zeer ernstig ongeluk gebeurd er moest veel bloed geleverd worden werd ons toen verteld. De volgende dag rapport CC (compagnies commandant). We kregen allemaal anderhalve dag prestatie verlof. M.i.v. 22 juli, terug keren op 25 juli 1960 om 1.00 uur. Dat leek een goed begin als militair.

Ik kreeg nog een aparte verklaring via de post van het Rode Kruis dat ik bloed had gegeven met een kaart waarop een zegel. En een speldje. En extra voeding. Dat vond ik het belangrijkste.

Brief Rode Kruis

Extra voeding.

Een week lang elke dag melk. Nou dat was voor mij geweldig. Ik dronk altijd van huis uit natuurlijk veel melk. In dienst was er elke dag kaas maar melk heb ik nooit ergens waar dan ook  gezien. De eerste 3 dagen vervielen vanwege verlof. De 4e dag melde ik me in de eetzaal voor melk. De opdracht was niet doorgegeven zei de kok en kreeg niets. De 5e dag was het nog niet doorgegeven. De 6e dag was de 


Verlofpas 


melk niet aangekomen. De 7e dag was het net op. De 8e dag liet ik mijn briefje zien van een week recht op melk te hebben en nog niets had gekregen. De kok zij de tijd is om en nu heb je er geen recht meer op. Ik had me zo verheugd op die melk. Niets dus. De kok zal het misschien niet zo belangrijk gevonden hebben als het Rode Kruis van het geven van bloed. Hierna heb ik me nooit weer opgegeven voor bloedtransfusie.

1e keer op bivak.
Soesterberg. Elk had een halve tent. Met je slapie vormde je samen een tent en er met je beide in. ’s Maandags op bivak. Voor mij de eerste keer in een tent slapen en ook nog met een vreemde er bij in.
Foto gemaakt op de Leusderheide door ‘Ome Jan’, de vaste leger fotograaf maakte de foto.

Vrijdagmiddag weer terug naar de kazerne en de volgende morgen alles piek fijn schoonmaken om ’s middags met verlof te kunnen. Als iets niet grondig schoon is, na inspectie en dan nog niet goed schoon is ga je niet met verlof vertelde de vaandrig. Dus je poetste wat het kon omdat je ook net uit de bossen kwam. Om 3 uur inspectie door 2 kaderleden elk langs een kant op de kamer. Iedereen strak in de houding en maar afwachten. Ik hoorde hier en daar al luide gesprekken. Toen was ik aan de beurt. Alles was perfect. De sergeant kon niets vinden pakte weer eens mijn zakmes die hij net weer had neergelegd, keek er heel diep in en zei die is niet schoon het lijkt wel of er een woestijn in zit. Ik protesteerde en zei die is schoon hij zegt als je goed kijkt zie je de kamelen lopen. Na inspectie. Daar zat je te wachten tot 5 uur op de houten banken met zo’n 10 man die na inspectie kregen. Ik heb mijn zakmes niet weer in  handen gehad want die was schoon. Om 5 uur kwam de inspecteur op de kamer en zei, jullie kunnen allemaal weggaan. Zonder iets na te inspecteren. Toen maar rennen om de trein te halen. Thuis wisten ze niet dat je na inspectie had en stonden te wachten met de fiets in Nieuw-Amsterdam.
In deze rekruten tijd moest je van alles leren wat een soldaat moet kennen en kunnen. O.a. exerceren, stormbaan, met een gasmasker op in en buiten de gaskamer. En door buizen kruipen onder de grond. Dit alles gebeurde op de Leusderheide waar je bijna elke dag naar toe moest marcheren.
Dan nog de vuurdoop op de Harskamp. Dat hield in dat je met je grote geweer voor je langs in  de handen kruipende over de grond onder prikkeldraad door, wat onder stroom stond, en met een mitrailleur over je heen werd geschoten. Was je halverwege kwam je tussen 2 trotyl putten door als je daar was lieten ze die springen. Wat een hel. Gaan staan en hard weg rennen was geen optie. Op het eind was een geul waar je in kon laten vallen om de vrijheid tegemoet te rennen.
In het namaak dorp Oostdorp achter deze kazerne moesten we ook oefenen. ’s Winters was het ovennachten hier erg koud. De barakken waren zonder zolder en binnen deuren. Dat trekt enorm over je heen. Een vroegere soldaat uit Achterste Erm vertelde mij toen hij daar 3 jaar lang had gelegen in de mobilisatie tijd tussen 1914 en 1918, dat toen de huisvesting zo slecht was dat de barakken om de beurt in brand werden gestoken zo, als ze het veld in moesten vuur legden in hun slaapzak.  Was alles al lang in het veld dan zagen ze van uit de verte dat het weer gelukt was aan de ontstaande  rookpluimen dat er weer een barak in de brand stond. Hij vertelde dat toen hij in 1918 weer naar huis kon er in die 3 jaar dat hij daar geweest was, compleet nieuwe barakken zijn gekomen. Die barakken van toen sliep ik nog in vanaf 1960. Na al dat gebeuren in zo’n korte tijd hadden we een van de laatste lessen alvorens naar het andere gebouw te gaan voor de opleiding gewonden verzorging. De rekruten tijd was bijna geëindigd. Had iemand van ons het lef om iets te stellen. Hij stelde vast dat het gevaarlijk was in dienst en ongerust daarover was. De sergeant bleef rustig ging zitten en stelde ons gerust. Hij zei dat er slechts 1% mocht omkomen. Daarna vervolgde hij gewoon weer zijn militaire lessen.

Er is geen moment geweest om aan tekenen te denken. Laat staan het te doen. In jouw kast was voor tekenmateriaal geen ruimte.

De selectie kwam na de 2 maand rekruut te zijn geweest. Naar de overkant in de Adolf kazerne. Opleiding gewonden verzorger weer 2 maand. 

                                     Bovenste rij tweede van links Harm Eggens

                                In de Adolf kazerne opleiding gewonden verzorger

Naast alle andere militaire oefeningen kregen we les in EHBO en EHAF. Omdat we nu verzorgend personeel werden als militair, mogen we geen geweer meer dragen. Verdrag van Genève. Het werd een pistool voor zelf verdedigen. Dit wapen heb ik tot het laatst toe gehad.

Opleiding voor hospik.
Leren spuiten. Dat gebeurde op de Leusderheide in de bossen tijdens de andere militaire oe-feningen. Bij een stuk bos met boswallen waar we op moesten zitten om het spuiten te leren. Het ging zo.  De bovenbroek moest naar beneden en je kreeg van die capsules de kop er af knappen en je buurman in de bil spuiten. Op elkaar oefenen. Net zo lang tot er voldoende geoefend was.
Gewonden verzorgen. Naar Soestduinen, bij de spoorweg overgang lag een ‘gewonde’ die we moesten verbinden en hoe je dat dan moest doen.en zo meer oefeningen. Met begeleiding. Het theoretische gedeelte gebeurde in leslokalen op de kazerne. En nog meer handelingen leren o.a. met een brancard over de stormbaan met iemand er op.

Tekening 

Wezep. Prinses Margriet kazerne.
Opleiding ziekenverzorging op de MGD weer 2 maand. Een kazerne gebouwd in de 2e wereld oorlog door de Duitsers als camouflagedorp. Van boven leek het een dorp zelfs met kerktoren. Onder de gebouwen zaten grote ruimtes en alles verbonden door gangen met elkaar. Hierin stonden ook de reservebedden. Alleen mocht je er niet in want als je verdwaalde kwam je er zo maar niet weer uit zo groot was dat. En alles was pikdonker. Het was een kazerne van de genie, MUVS, met een hospitaal waarin we de ziekenverzorging opleiding kregen alvorens naar de parate troepen te gaan. Hier heb ik de eerste tekeningen gemaakt in het PMT (Protestans Militair Tehuis) op schrijf papier. De eerste na enige tijd. Er is gewoon geen gelegenheid om iets op dat gebied te doen.
                                                  
                                                       Foto        M.G.D. Wezep

                       Voor het eerst een paar tekeningen gemaakt in het P.M.T. te Wezep

 Tekening 

MP
Op een zondagavond waren we met ons drieën en gingen terug naar de kazerne. Eerst met de trein naar Zwolle daarna verder naar de kazerne. We kwamen aan in Zwolle en moesten over-stappen op de stoptrein naar Amersfoort. Ik moest direct bij het eerste station uit stappen, in Wezep. De andere 2 moesten 1 station verder naar Oldebroek. Er zat niet veel volk in de trein en de andere 2 gingen tegenover elkaar zitten, ik er naast waar verder niemand zat. Daar lag een krant voor me die ik pakte en legde daar mijn benen op. De conducteur begon de deuren dicht te gooien hoorde ik, op dat moment lopen er 2 van de MP (militaire politie) voor het raam buiten langs. De ene gaat de trein in en komt bij mij. Hij beveelde mij de trein uit te komen en je weekeind tas moet je ook meenemen zei hij. Daar stond ik buiten met de 2 van de MP. De trein reed weg. Ik had de trein zitten te bevuilen en kreeg een rapport. Hoe ik ook praatte dat ik de voeten op een krant had gelegd en niet in aanraking was gekomen met de bank, ik kreeg een proces-verbaal. Dit werd naar je onderdeel gestuurd. Zij lieten je alleen en maar wachten op de volgende trein om verder te gaan naar Wezep.
Het duurde een poosje en ik hoorde er niets van. Ja hoor, de tweede week kreeg ik bericht dat ik op het rapport CC moest komen wel net een dag voor het verlof. Als je straf kreeg was het minimaal 3 dagen licht arrest. Dus geen verlof.
De CC had vernomen dat ik de trein had zitten te bevuilen. Ik maar uitleggen dat er een krant onder lag en er verder niemand zat en geen vuile schoenen had. Hij zei dat benen daar niet hoorden. Dat was ik met hem eens maar zei ik, het hele weekeind heb ik veel werk gedaan op de boerderij en was over vermoeid. Daar bleef ik op hameren. Tot halverwege de zondagmiddag heb ik mijn vader geholpen en moest nog maken dat ik bij de trein kwam in Nieuw- Amsterdam. Ja zei hij toen, maar het is ook geen militaire houding. Ik bleef hameren op vermoeidheid dat ik niet helemaal besefte wat ik deed. Wat allemaal een verzonnen verhaal was natuurlijk. Hij wachtte even en zei, dit mag nooit weer gebeuren dan worden er maatregelen genomen. Ik heb beloofd nooit weer de benen op de bank te leggen. Geen straf en kon met verlof gaan.

Assen. Infanterie kazerne bij de parate troepen EM
Toen wij er een poosje waren werd de naam veranderd in Johan Willem Friso kazerne.

Half oktober naar de parate troepen op een kamer met alleen hospikken . Met zo’n 30 man. Ingedeeld bij het 43 ste infanterie bataljon Chasse. De kazerne bestond uit 3 hoofdgebouwen.

Foto EM 

Genaamd, Wilhelmina kazerne, Emma kazerne en de Hendrik kazerne. De hospikken lagen in de Hendrikkazerne. Oude gebouwen gelijke bouwstijl als de Juliana van Stolberg kazerne in Amersfoort. Verschil, deze 3 kazernes lagen in elkaars verlengde langs de vaart richting Smilde. Toen buiten Assen gebouwd.
We kwamen met 4 nieuwkomers op de kamer en werden fillers genoemd. Elke 2 maanden kwamen er nieuwe soldaten bij en gingen er ook weer weg, afzwaaien. En dat werd je traditie getrouw door de oude hap duidelijk gemaakt door je als je net in slaap bent uit bed gehaald wordt door een ‘vaandrig’ en dan in zwembroek in de wasbak met ons vieren achter elkaar van wel 10 kranen onder door kruipen en daarna in de blanco (groene schoenpoets) gezet. En dan voor slapen gaan je zelf weer schoon maken. Toen ik de volgende morgen wakker werd zag ik dat de ‘vaandrig’ tegenover me lag op bed en grijnsde wat. Hoe ging dat nou. Een van de oude hap ging naar de vaandrig toe en leende zijn uniform en speelde voor een meerdere. Doordat je daar net was kende je je kamer genoten nog niet van gezicht dus je vloog daar altijd in. Zelf was het hem ook overkomen toen hij filler was en het werd voortgezet. Gewoon een gebruik. Als je je niet verzette gebeurde dat maar 1 keer.

Twee bijzondere wandplaten. 
In de Hendrik kazerne hingen 2 bijzondere herdenkingplaten in de hoofdgang om de hoek met onze gang naar de kamer. De ene plaat ging over het leven en werken van  David Hendericus baron van Chasse. Waar ons bataljon naar was genoemd. Geboren in Tiel. De andere plaat ging over een meisje van 8 jaar Ida Haverdings. Een heel indruk wekkende tekst waarin stond dat ze is dood geschoten tijdens een oefening in 1958 door iemand van dit regiment. Vandaar dat de plaat ook op deze plek hing. Op de plaat ging het over Ida Haverdings fonds. Verdere gegevens staat in Periode X beschreven. 
Dagelijks kreeg je les in EHAF, eindeloos oorproppen maken en andere militaire oefeningen doen in Baggelhuizen en op de heide bij Loon en bij Witten.
Als het 43ste infanterie bataljon oefeningen had werden de hospikken verdeeld over de compagnieën van het bataljon. 

Op 5 december 1960 gingen mijn ouders over van Achterste Erm naar Voorste Erm. Doordat ik met kerst binnen zat heb ik een tekening uit de voorstelling gemaakt van ons nieuw huis.

Tekening 24 december 1960 ons nieuw huis

Op 9 december 1960 werden we midden in de nacht uit bed gehaald om hals over kop naar Coevorden te gaan. Daar ontstond een overstroming en boer Smit moest worden geëvacueerd. In de vroege morgen kwamen we daar en gingen tot de avond door tot donkeren. De genie troepen uit Wezep waren er al. Ik heb de hele dag daar over de dijk gelopen in bar slecht koud weer met mijn gewonden tas maar ben het niet nodig geweest. Dit was aan het kanaal naar Nieuw Zwinderen. Ook wel Geert Wieringa kanaal genoemd. Ik ontmoette daar op de dijk commissaris Kramer. Hij stak een ieder een hart onder de riem. De infanteristen moesten zandzakken vullen dan in de boot leggen en varen naar de plek waar het water was door gebroken. Erg gevaarlijk want de boot dreef af wat je niet zag en kwam je op die manier onder de boot terecht. Er zijn geen persoonlijke ongelukken gebeurd. Een paar week later kregen we een uitnodiging van de gemeente Coevorden voor een gezellige avond met een overladen feest programma opening door burgemeester Drs. P.A.Wolters. Er was speciaal een lied gemaakt op het voorval langs het kanaal. Zie het programma blaadje.

Menu kaart

Eerste kerstdag  kregen we een kerstdiner op de kazerne in de eetzaal. Voor het eerst van mijn leven met kerst niet thuis. 
Over oud en nieuw was ik thuis.

In begin februari 1961 werden we om 2 uur ’s nachts wakker gemaakt. Alarm. Alles inpakken en op de rug meenemen want er was klein oorlog. Direct in de 3 tonners en in het pikdonker weg. Waarheen, niemand wist het. Na enige tijd rijden werden we in een bos uitgelaten en werd verteld dat we 4 nachten moesten lopen. Overdag moesten we ons schuil houden want als de ordonnans je in handen kreeg ging je een dag weer terug dan duurde het ‘uitstapje’ nog langer. We liepen op de kaart die de sergeant had. Je kon ook niet anders. Door te lopen kwam je plaatsnamen tegen. Op die manier wist je waar je was. De eerste was Veenhuizen. Lopen door de bossen ’s nachts en ging richting Appelscha. We kwamen voor de Opsterlandse Compagnonsvaart. Die moesten we over maar bij de brug werd behoorlijk geschoten. Je zag niets het was stik donker. Middernacht. Hoelang het heeft geduurd weet ik niet maar we kwamen er over. Op een zandweg. Moesten om een groot weiland lopen om verder te gaan. Wacht maar zei een van ons. Ik trap het draad naar beneden dan lopen we door het weiland dat scheelt een heel eind. Hij zette zijn voet op het draad en viel gelijk steil achterover. Het draad was onder stroom gezet. Want in dit deel van het jaar liep er geen vee in. Niemand ging er over. Toen toch omlopen.
Overdag moesten we verschuild bivakkeren in de bossen. Eten kregen we uit gamellen die ergens in de grond van te voren zijn begraven. De sergeant had een kaart waarop we de gamellen moesten vinden. Er zaten cakies en pakjes drinken in. Verder geen ander eten deze dagen. Overdag slapen, zonder tent, voor zover het wou. In de slaapzak onder de blote hemel. Op de rug liggen dan sneeuwde het je in het gezicht. Op de buik liggen dan lag je met de neus in het natte gras want de grond was niet erg bevroren. Maar het was wel erg koud. ’s Nachts maar weer lopen en hoe we ook liepen de tv toren van Smilde zag je alle nachten. Na een paar dagen waren we zo moe dat we tegen de morgen een schuurtje met hooi ontdekten. Met een paar man er in en we dachten dat we hier niet gevonden konden worden. We zeiden hier blijven we om te slapen. Tegen we in slaap vielen vond de sergeant ons en moesten we weer verder. Het was bij Vledder. Het werd bijna licht en dan weer verstoppen. De volgende nacht weer verder. Tegen zonsopgang kwamen we aan in Darp. Hier stond een grote legertent en einde klein oorlog. Hier kregen we weer normaal eten na 4 nachten en moesten onze tent opzetten en bleven hier nog een week bivakkeren. Na 2 weken weer terug naar de kazerne in Assen. Al die tijd moesten we ons wassen in de buiten helm. Op de kazerne konden we ons weer douchen en normaal naar de wc. 

Alarm.
Op 2 maart 1961, de dag na zijn verjaardag sterft een oom van mij plotseling op 36 jarige leeftijd op het land voor zijn huis in Steenwijksmoer. Hiervoor kon je verlof krijgen. En kreeg toestemming. De dag voor de begrafenis ’s avond na het appel van 6 uur mocht je vertrekken en de volgende dag om 12 uur ’s avonds weer binnen zijn. 
Toen ik de volgende dag terug kwam i.p.v. dat alles in rust zou wezen was alles in rep en roer. De hele kamer lag overhoop. Er was alarm geweest die nacht en de hele kazerne was uitgerukt. Ook de veldkeuken. In het veld hebben ze maaltijden gemaakt. Het was een hele grote oefening geweest tot in de avond wat ik niet meegemaakt heb. Vandaar dat alles op onze kamer nog volledig op zijn kop stond. Alles was net weer terug. En alles moest nog opgeruimd worden de kasten in. De hele PSU hadden ze mee moeten nemen. Het was na 12 uur komt de vaandrig binnen en riep ons tot orde. En gaf bevel dat iedereen nu zijn spullen moest laten liggen. Stoppen met schoonmaken en opruimen en hij beval dat we allemaal naar de keuken moesten om de spullen schoon te maken en opruimen van de koks. Want de koks moesten morgen weer vroeg op. De koks vonden dat de hospikken hun klus wel konden overnemen en dan konden zij gaan slapen. Ze vonden dat de hospikken een luizenleventje hadden in dienst en konden hun spullen wel verzorgen. Dat was natuurlijk een vreselijke rotstreek van de koks in onze ogen en nog veel grotere rotstreek van onze vaandrig. Hoe hebben ze onze vaandrig zo ver gekregen deze streek te bedenken. Zij hebben hun kader met hun verantwoording en functie dat hadden wij aan onze ook. Iedereen in dienst had een functie waar mooi en mal bij hoort. En wij moesten ook weer om 6 uur op. Dus iedereen begon te mokken en zeiden wat is dit voor een rotstreek dit is nog nooit voor gevallen wie heeft dat bedacht. Daar kreeg je geen antwoord op, dienstbevel. Hoe moesten we dat doen. Die organisatie kende je niet en niemand zag het zitten hoe dat te doen om alles voor de volgende morgen de boel klaar te maken voor de eetzaal die om half 8 open gaat. We waren nog nooit in die keuken geweest, daar mocht je helemaal niet komen. En als we dat gaan doen, moesten we daarna onze spullen nog schoon maken en opruimen. Maar…..in diens eerst uitvoeren en als je het nodig acht dan in beklag gaan. Men vond het zo’n vuile streek tegen over ons dat niemand elk voor zich niet ging. De vaandrig werd duidelijk gemaakt dat dit niet correct was. Er werd door geen een op in gegaan. Geen een ging naar de keuken toe. Hij kreeg het niet klaar en zei, je hoort morgen wel. Nou dat leek niet best. Dit is muiterij zei hij. Dat was het niet want ieder voor zich ging er niet heen. Het was geen gezamenlijke afspraak. De volgende dag moesten we allemaal op rapport CC komen en vertellen waarom we de opdracht hadden geweigerd. Ik ook. Ik heb me er uit gepraat dat ik er niet was ik had een begrafenis. Nou dat zou hij wel even zien. Hij keek en zei niets. Ik kon gaan. Hij had mij zelf het verlof toegezegd. Gelukkig vroeg hij niet door want bij het bevel van de vaandrig was ik wel bij. Ik was allang weer terug. Iedereen die geen alibi kon verzinnen kreeg straf voor muiterij en werd doorgegeven aan de krijgsraad. In mei kwam de uitspraak. Allen 2 week verzwaard arrest. Dat houdt in dagelijks met alle diensten mee doen en alle vrije tijd in de cel opgesloten. En dat is gebeurd. Het was ook nog over Pinksteren 21 en 22 mei. Ze zaten met heel mooi weer in de cel op de kazerne in Assen. Om een of ander manier kwam ’s middags op de Pinksterdagen de celdeuren een poosje open en mochten ze op het grasveld voor de cellen naar buiten. Het was heel mooi weer. Toen wij dat hoorden zijn we met ons allen die geen straf gekregen hadden beide middagen naar hun toe-gegaan om hun te vermaken. O.a. met kaarten en ook al om met hun te kletsen en lol maken. Na ongeveer een paar uur gingen ze de cel weer in. Wij zaten over de Pinksteren ook binnen. Geconsigneerd zo dat ze dat noemen. Het was voor ons geen verlof weekend we moesten toch in Assen blijven.

Kaartlees oefening.
Ongeveer eind maart gingen we ’s morgens na het appel in de 3 tonners om een kaart lees oefening ergens te doen. Het was heel erg mistig. Je had bijna geen zicht. Na een poos te hebben gereden kwamen we bij cafe Karsten in Holsloot aan. Daar kochten we koffie en werden per 3 man met een kaart op pad gestuurd. Ik samen met Marten en Wim. De mist kwam goed uit. Ik wist precies waar ik was. Je had nog geen 20 meter zicht. We moesten richting Dalen lopen en dat kwam mooi uit want toen gingen we naar het huis van mijn vriendin in de Westerwijk. De jeep met de vaandrig er in reed regelmatig over de straat en dan doken we achter de bank. Tegen de middag trok de mist op en we gingen richting Wachtum waar de rest bij cafe Vleems was hadden we vernomen van passanten. Daar aangekomen was alles weg. Daar hoorden we dat ze naar Sleen waren gegaan naar cafe Hoekman.
Onderweg zijn we nog een deel met een boer meegereisd op de wagen en kwamen in Sleen aan. Het kaartlezen hebben we helemaal niet gedaan. Ik wist wel waar ik was. Daar kwam de vaandrig aan bij mij en zei waar heb je gezeten. En vroeg aan Marten en Wim niets. Bij je meisje in Dalen! Nee zei ik, ik heb mijn meisje niet gezien. En dat klopte ze was niet thuis. Ik zei vanwege de mist konden we ons niet oriënteren en zijn verdwaald. Hij sprak mij alleen maar aan. De andere 2 jongens niet. Die heeft hij niets gevraagd. Hij had in het cafe in Holsloot gehoord dat ik een vriendin in Dalen had en daar zullen ze wel zijn hadden ze daar gezegd. Ze hadden er geen erg in dat dat consequenties zou kunnen hebben. Toen geloofde de vaandrig mij niet van verdwalen. Dat ik niet op het rapport CC ben gekomen is voor mij nog steeds een raadsel.

We zijn met onze compagnie nog een keer wezen passagieren aan de Waal in Tiel. Mei 1961 Meer een verbroedering geen oefeningen met Tiel en Assen want ons Bataljon was genoemd naar Chasse. En die was geboren in Tiel. Voor ons een leuk weekeind.

                                             Foto . Gezelligheid in Assen
                                          Vierde van rechts Harm Eggens
                                                                 11 maart 1961
         
                                   Hunebed te Loon Harm Eggens links en Cees

Foto soldaat Eggens

Als de Rijkspolitie schietoefeningen kreeg moest altijd iemand van de verzorging van ons mee anders gaat het schieten niet door. Er werd gevraagd wie dat wilde. Ik zei dat wil ik wel. Regelmatig moest ik mee. Om 8 uur bij de poort staan daar werd ik opgepikt en naar een schietterrein achter het Molukkenkamp Schattenberg. Het kamp was nog compleet van na de oorlog, de wacht deed de slagboom omhoog en helemaal over het terrein achter het kamp was de schietbaan. Ben daar diverse keren geweest. Hele dag op de schietbaan liggen met je gewonden-tas. Er is nooit iets gebeurd. 

Tekening kamp Schattenberg

Ook ging ik mee naar de schietbanen in Witten. Het wisselde wel eens Schattenberg of Witten.

Begin juni kwam de vaandrig bij me en zei, morgen ochtend om 8 uur bij de poort staan met volledige bepakking ook je dekens moeten mee. Je wordt overgeplaatst. Waarom en waar-heen. Waarom had ik niets mee te maken en vertelde nog dat ik naar Zuidlaren ging en weg was hij. Nou daar stond je dan. Van iedereen afscheid nemen. Kameraden waar ik vanaf begin bij was. Er lag nog een neef van mij uit Dalen bij mij op de kamer. De volgende dag was je weg. Om 8 uur stond je daar te wachten bij de poort aan de Witterstraat om opgehaald te worden. Er stond nog een te wachten. Die trof hetzelfde lot. Zijn functie was jeep chauffeur bij de infanterie. Deze jongen herkende ik nog van de ambachtsschooltijd uit Emmen. Hij zat in de timmerklas. Roelof. Hij kwam uit Drouwen. Wij met ons tweeën in de jeep richting Zuidlaren en daar afgeleverd.

In deze tijd werd het Ministerie van Oorlog, Ministerie van Defensie.

Zuidlaren
We kwamen in de Adolf van Nassau kazerne. Werden ingedeeld bij het 42 ste Inf. Pioniers compagnie Johan Willem Friso. Van de ene dag op de andere bijna naar een andere kazerne. Ik kende er niemand. Niet een van eerder of van de vorige kazernes waar ik was geweest. En dat gelde ook voor Roelof. Daardoor en dat ik als hospik vaak bij in de jeep van Roelof zat waren we bijna altijd bij elkaar. Geen van beide had daar iemand die we kenden. Dus van begin af aan trokken we met elkaar op.
Daar hoorden we dat deze compagnie de volgende week naar La Courtine moest als vaste kampstaf tot september. Doordat ze niet voldoende hospikken en jeep chauffeurs hadden moest Assen deze leveren. Dat we daar heen moesten, zo lang, dat wisten we geen van beide. We maakten kennis met de kamer genoten en vertelden dat we onverwachts zijn overgeplaatst. Ze begrepen het en hoefden toen ook niet in de wasbak want we waren geen fillers meer. Als hospik lag ik bij de infanterie op de kamer. Hierbij was je de hele dag aanwezig. In Assen was je alleen bij oefening bij de infanterie en verder in een hospikken peloton. We hebben een hele goede tijd gehad met deze jongens. 
De CC was kapitein  A. H. Bijl. Voor we weggingen zei hij dat als we weer terug zijn ons achterstallige verlof alsnog kregen dat kon wel 14 dagen aan-een zijn. 

Foto’s vertrek naar La Courtine

Alles ingepakt en richting Frankrijk. We deden er 4 dagen over . Grote wegen waren er nog niet en gingen door tientallen dorpen waarop de kapitein zei ordelijk in de auto te moeten zitten en niets uit de auto mag worden gegooid. In een web, een 1-tonner, op harde banken. Eerst naar Oirschot.

Bovenaan links Harm Eggens                                                                  Onderweg in Frankrijk

                                                                Vooraan Harm Eggens

Boekje Tour de France

Tweede overnachting in Mourmelon.

Wc ’s waren er niet. Onderweg gebeurde alles op een latrine. Toen weer verder.  Onderweg gooide een van ons een blikje uit de auto wat de sergeant die achter ons reed zag. Als we onderweg een stop hadden liep de kapitein langs de colonne. Hij zat in de jeep voor aan. Hij komt bij de sergeant en we zagen dat die iets vertelde. De kapitein kwam terug en zei tegen ons allemaal. Wie heeft hier iets uit de auto gegooid. Niemand zei iets. Tot 2 en 3 keer toe. Toen zei Jan, ik. Dan heb je 3 week streng arrest. Hij draaide zich om en zei er bij, met inhouding van soldij. En dan te bedenken dat het soldij daar dubbel telde. Ipv. 1,25 was het 2,50 per dag. En dat 3 weken lang of 21 dagen  á 2.50 per dag. Maar weer verder naar Bourges. Laatste overnachting voor La Courtine.                                                                                                  Derde overnachting in Bourges.
Zelfde als vorige, tent opzetten alles weer klaar maken voor de laatste rit. Gebruik maken van de latrine. Op de paal zitten en vast houden aan een dik touw.

La Courtine departement Creuse. Regio Limousin.
We kwamen op zaterdag aan. Een heel groot kamp zonder omheining je kon zo de plaats in en uit lopen. Tegenovergestelde van Nederland met z’n hoge hekken. Er lagen Franse en Algarijnse militairen naast ons.
                                                                                          
                                                                                            Foto  In het midden Harm Eggens
Foto Monument op het kamp La Courtine

Geen wc’s waar je op kon zitten. Gewoon mikken en nergens aan vast kunnen houden. En maar niet te praten over de douche installatie waar je zo af en toe heen kon wel warm water en gezamenlijk er onder. Verder ook hier altijd wassen met koud water . 

Ik had gelijk portier dienst bij aankomst. Van zaterdag avond  tot zondag avond. 24 uur. 2 uur op 4 uur af. 

Foto portier

In Zuidlaren hadden we voor een maand soldij in het voren gekregen en het dubbele als het soldij in Nederland. Een regel was, als je meer dan een maand buiten Nederland verblijft aan een stuk, werd dubbel soldij uitbetaald. Dat werd 30 x 2,50 = 75 gulden. Wat een bedrag. Gelukkig voor Jan dat hij zijn soldij al had gebeurd in Zuidlaren anders zat hij de eerste 3 week zonder geld als het niet anders is geregeld wat ik niet weet. Zondagavond, mijn portier dienst zat er op. Kwamen de jongens tegen het appel van 10 uur binnen. Zij hadden het hele weekeind feest gevierd. Ze hadden kennis gemaakt in het dorp en was nog al hectisch geweest. De volgende dag kwam mijn kameraad bij me en zei, hospik heb je nog wat geld voor me ik heb niets meer. En we moesten nog meer dan 2 weken voor we weer soldij kregen. Ik had wacht gehad dus op een beetje na had ik alles nog. Ik keek mijn portemonnee na en zei nog 60 gulden over te hebben. Ik stelde voor elk de helft te doen en je ziet maar wanneer je het terug geeft. Perfect. Zo gauw hij kon kreeg ik het geld terug nog voor dat we weer in Nederland waren. 
We hadden daar vaste kamp staf maar ik heb nooit begrepen wat dat was. We hadden gewoon dienst en oefeningen in het onmetelijke veld. Ik zou niet weten wat we aan vaste kamp staf diensten hebben gedaan. 

Doordat we dat weekeind wacht hadden gehad mochten we een dag in de week passagieren onder leiding van de aalmoezenier. We gingen een bezoek brengen aan de kerk in Aubusson. De aalmoezenier had hier nog een kennis van vroeger uit Bolsward. De gezochte kapelaan was er niet. De koster zei dat hij aan het mee helpen was op het land met hooien bij de boeren. 

                      Foto  Aubusson en omgeving
                    Warme maaltijd buiten na het dagje uit. Vooraan rechts Harm Eggens

We zochten hem op en daar liep hij tussen de boeren bevolking te helpen in zijn lange zwarte
pij in de brandende zon. De kapelaan, een vrij jonge man, ging met de aalmoezenier in gesprek en ze besloten dat hij de verdere dag met ons mee ging naar een recreatieplas in de buurt. Hij reed op de solex voor ons aan en gingen naar die plek. Hij deed een paar knopen los en lag in zwembroek tussen ons die inmiddels ook al in zwemkleding lagen. Hij met de mondharmonica een ander had een gitaar wat hadden we een prachtige dag.

We gingen wel eens passagieren en vroegen om eens naar de Tour te gaan. Die ging om ons heen. Maar we gingen altijd die kant op waar de Tour niet was. We vonden het gemeen.

Zoals gezegd, vaste kampstaf werkzaamheden heb ik nooit vernomen. Waarschijnlijk de CC ook niet. We kregen gewoon dienst veel marsen lopen van 30 km in de brandende zon met volledige bepakking om ons maar bezig te houden en af te matten had ik het vermoeden. Want hierna was je aan rust toe. De Franse en Algerijnse soldaten die bij ons lagen hebben in deze hitte nog nooit dienst gehad en verklaarden ons voor gek en lachten ons uit. Maar wat moesten we anders daar doen. Een goedkope oplossing om de tijd te doven en daarna was je bekaf in dit heuvelland. Lopen kost niets. ’s Avonds had je meestal wel aan rust toe door zoiets want ’s morgens om 6 uur weer op. Zo werd de tijd daar ingedeeld. Ook hadden we een regenperiode. Koud nat en modder in het veld. Oefening schuttersputjes graven. Dan moest je er met 2 man in tot in de middag en dan weer naar de kazerne. Je zat onder de modder. 

Klein oorlog.
Er werd enkele dagen en nachten een grote oefening gehouden op het onherbergzame plateau. Er waren 2 partijen. Van alles verlaten en werd klein oorlog genoemd. Dag en nacht in het onmetelijke terrein. Dat ging er heftig aan toe. Overal hoorde je schieten. Op een nacht, stik donker, werd er zo erg geschoten, met losse flodders, en werd door de ‘scheidsrechters’ via microfoons gezegd, hier 4 doden daar zoveel gewonden enz. enz. Daar reageerde ik niet op omdat ik wel wist dat het niet echt was. Ik lag daar tegen een walletje aan te wachten op nadere orders diep in de nacht. Maar opeens ging de microfoon maar blijven roepen, hier een ge

foto.  Ontwaken om 6 uur. De sergeant vorderde de aanhanger om in te slapen. De jeep chauffeur Roelof en de hospik Harm Eggens moesten op de grond zonder tent.

wonde en dat herhaalde maar toen werd gezegd een echte gewonde hier een echte gewonde en dat werd maar herhaald. Ik dacht in het stik donker ik moet toch maar op onderzoek in de richting van het geluid uit waar dit vandaan komt. Ik ging op het tumult af en ja hoor, een sergeant was van dichtbij met losse flodders in het gezicht geschoten. Toen ik er bij kwam had een andere hospik hem al grotendeels verbonden. Zijn mond was nog vrij waar heel wat gevloek en gescheld uit kwam. De rest van zijn hoofd zat onder het verband. We moesten een overnachting zoeken onder de blote hemel. We vonden een vrij plekje en konden ons in 2 rijen neerleggen. In de vroege morgen in het donker nog hoorde Nico in de verte een tank naderen. Hij bleef luisteren en de tank komt steeds dichterbij. De tank reed black out [zaklantaarn lichtjes]. Hij springt naar voren en kreeg de tank tot stilstand. Nog maar net voor ons. Als Nico dat niet had gezien was de tank over ons allemaal heen gekomen. We lagen op een soort pad wat we niet konden zien. En de tankchauffeur kon ons niet zien. Levensgevaarlijk. Daarna moesten we ’s nachts wacht lopen.
De volgende dag moesten we ons verzamelen. Onze compagnie moest het veld in. Ik moest bij de commando post blijven. Met een vaandrig en 2 soldaten als wacht. Op een gegeven moment komen 2 soldaten van onze groep met een ‘krijgsgevangene’ binnen. De vaandrig zei tegen deze persoon als je daar blijft zitten doen we je niets. Ik zag wel het zinde hem niet en was verbitterd omdat hij gepakt was. Op een onbewaakt ogenblik vluchtte hij. De vaandrig zei tegen de 2 soldaten die op wacht stonden, opvangen! Wat de vluchteling niet door had, er was een beekje, overal waren beekjes, wat daar een eindje heen meanderde en rond liep, waar hij niet over kon en werd gepakt door de 2 soldaten en brachten hem op bij de vaandrig. De vaandrig nam een heel dik touw en de ‘vluchteling’ werd van onder af aan, armen langs het lichaam, tot aan de schouders omwikkeld met dat dikke touw. Het was net een rollade. De vaandrig pakte hem beet en werd op een trailer gesmeten die vol geladen was met camouflagenetten. Alleen zijn hoofd kon hij bewegen. Daar heeft hij de verdere dag gelegen. Het maakte voor iedereen wel indruk. Dat was de bedoeling ook.
        
                Foto       En maar wachten tot wat zou kunnen gebeuren
                                       

                                  Foto.  Bovenaan 2e van rechts Harm Eggens

                                     Foto .  Vooraan liggend Harm Eggens

In de nachten had je wacht. 2 uur op 4 uur af. Dat hield in dat je met 2 man aangekleed op moest met geweer aan de schouder. Uit je tent en rond lopen. Een van de avonden voor slapen gaan zei de kapitein, denk er om je nest uit en aan kleden als je wacht hebt. Dat waren de 2 wachten van 2 tot 4 uur die nacht niet van plan en bleven in de slaapzak liggen niet aangekleed en met het hoofd buiten de tent. Ze dachten dat ziet niemand. Nee, maar 1 persoon zag het wel. De kapitein. Hij betrapt ze en kregen te horen dat hij hiervan krijgsraad van gaat maken. Want als ik je hier straf dat kan jullie niets schelen. Omdat je toch voorlopig niet naar huis kunt. Ik maak daar krijgsraad van dan komt het rapport pas aan de orde als we weer in Nederland zijn. In La Courtine waren voor ons geen cellen wat ik weet. Toen we een poosje weer in Zuidlaren terug waren moesten ze voor de krijgsraad. Uitspraak, Nieuwersluis. Straf gevangenis. Het waren nog al wat branieschoppers maar na hun ervaring in Nieuwersluis heb ik hun stem zo goed als niet weer gehoord.

Uit de bocht gevlogen.
We moesten ons verplaatsen overdag in colonne verband. Links een ravijn rechts eerst een greppel en dan een berg. In een bocht vloog een van de webs voor mij uit de bocht. Ik zag dat gebeuren. Jopie zat naast de chauffeur. Hij viel naar buiten. De auto schoof nog een eindje door. Jopie lag klem onder de wagen. Ik zag nog 1 hand en 2 benen de rest zat onder de auto. De auto stond met 2 wielen in dat greppeltje. Ik zei tegen iedereen de auto optillen dan haal ik hem er onder vandaan. Dat gebeurde. Met z’n allen de auto optillen aan greppel kant. Ik trok Jopie aan de benen er onder vandaan en zag dat zijn hele gezicht was beschadigd. Hij zegt, wat ben ik geschrokken. Gelukkig. Waar we bang voor waren is niet gebeurd. Alleen schaafwonden in het gezicht. Maar ben wel direct met hem in de jeep naar het hospitaal Grattadour aan het meer gegaan. Het leek niet ernstig maar moest voor 1 nacht ter observatie blijven. Toen hij weer terug was vroeg ik hem hoe dit heeft kunnen gebeuren. Hij vertelde. Al rijdende keek ik naar mijn schoenen en zag dat mijn veter los was. Die moest je direct strikken want als de kapitein dat ziet had je zo 3 dagen licht arrest aan je broek. Hij laat zijn beugel los, wat niet mocht als de auto rijdt, gelijk vliegt de auto uit de bocht. Hij had even moeten wachten met veters strikken totdat de auto stilstond. Doordat we geen van allen een deur in onze voertuigen hadden vloog hij naar buiten en gelijk onder de auto. Samenloop van omstandigheden. Hij besefte het en greep zich vast aan het spatbord en sleurde een einde mee totdat de auto stil stond vandaar dat beschadigde gezicht. Maar goed ook anders was er nog wel een wiel over hem heen gekomen. Je mocht de beugel ook nooit loslaten. Nu kun je maar zien wat voor consequenties het kan hebben. Gelukkig achteraf goed afgelopen.

Elk weekend  was er ’s zaterdags avond cabaret. Daar ging ik altijd heen en heb daar heel wat artiesten gezien. Het ging via de Welzijnszorg en was niet duur.

Op een zondag middag liepen we om ongeveer 5 uur in het dorp en hoorden dat er een ongeluk was gebeurd. Een 3 tonner met soldaten kwamen terug van passagieren. De auto kwam van hoog La Courtine en moest naar laag waar de kazerne stond. Tussen beide ging de weg met een haakse bocht naar rechts. Net voor de bocht bleef zijn stuur vast zitten en ging rechtdoor naar beneden door een boomgaard. De auto is enkele keren over de kop geslagen waardoor de soldaten er allemaal zijn uitgevallen. Het liep schuin naar beneden. Achter elk boompje lag wel een en de auto een eind verder op de kop. Geen slachtoffers.

Passagieren en auto-pech.
We mochten voor de tweede keer passagieren. Met een paar webs richting Clermont-Ferrand. En naar Gouffre de Padirac naar de grotten. Op de terugweg, nog ver van La Courtine, kregen we autopech. De monteur die ook bij ons aanwezig was constateerde dat een onderdeeltje moest worden vervangen. In een heel mooi agrarisch heuvel landschap maar geen eetgelegenheid. Er werd besloten dat de andere auto naar de kazerne gaat, terug komen met eten en het nodige onderdeel. Dan auto repareren wat zo gebeurd zou wezen en konden nog tegen middernacht weer terug zijn op de kazerne. We wachten wel af . Lagen wat in het hooiland er waren perzik bomen maar geen rijpe perziken. Tegen het donker begon te worden kwam de auto terug met het onderdeel. En eten. De monteur inmiddels er mee aan de gang. Komt hij tot de conclusie dat het onderdeel niet past. Het onderdeel wat hij had mee genomen was voor een 3 tonner en wij hadden een 1 tonner. De monteur zei ik ga weer terug maar kan geen onderdeel krijgen want het magazijn is gesloten. Dat wordt morgenvroeg pas om 8 uur en dan hier naar toe. Dus overnachten. Maar waar. Er was niets in de omgeving om te overnachten.

Foto met de boer

foto. Ingang bij de grot.                    Foto                        
                                                         In de vroegte kwam de boer in het land om gras te maaien

Foto 
Ontmoeting met de boer en het jongetje

Er stond heel dichtbij een hele oude schuur. Iedereen vloog daar op af maar daar kon maar een man of 5 in. En een carrosserie van een oude auto. De rest moest maar zien. We waren bij een stuk hooiland met rillen hooi er in. De rest heeft zich daar voor de nacht in genesteld. Ik ook. Het was de volgende morgen ongeveer 6 uur komt de boer met een jongetje en 2 koeien voor een grasmachine om gras te maaien. Die vond ons daar in zijn hooi. De boer liep voor de geblinddoekte koeien aan. Een lange stok werd op de horens gelegd. Zo werden de dieren geleid en volgden de boer. Het jongetje zat op de grasmachine. We hebben met hem gepraat en vond het niet erg dat we daar hadden geslapen. Een vriendelijke man. Terwijl wij zaten te wachten was de boer naast ons aan het maaien. In de loop van de morgen kwam de auto voor reparatie, na een half uur konden we weer terug naar de kazerne. 

Tekenen.
Met Oost-Indische inkt heb ik een tekening gemaakt over een oefening in het veld. Later op een zondag geschilderd aan het meer Gratadour met gezicht op het dorp La Courtine. Roelof (de persoon waarmee ik uit Assen ben gekomen en we meestal samen waren ook wel met anderen) ging mee voor gezelschap. Wit en zwarte verf had ik niet bij me en geen teken papier. In het dorp was er niet aan te komen. Ik kreeg papier van de kok die had gelijnd papier. Er is een foto van ons beide gemaakt dat ik zat te tekenen en Roelof  zat naast me gezelschap te houden. Het was op zaterdagmiddag 8 juli 1961.

               ‘Het resultaat’.

Op maandag 28 augustus 1961 konden we de auto’s inpakken om terug te gaan naar Zuidlaren.
De vaste kampstaf zat er op vanaf juni. Alles stond gereed om de volgende dag vroeg beginnen te rijden om in Bourges te komen. Het was avond 6 uur, appel. De kapitein kwam met de mededeling dat we morgen vroeg niet vertrekken. Om de toestand in Berlijn. Er werd een muur gebouwd en oorlog dreiging. Maar zei hij, we laten alles in de auto’s zitten want over 24 uur weten we meer. Dan had de regering besloten dat we wel of niet afgelost werden door de 4e divisie. Wij waren 1e divisie ‘7 december’ E M. Expeditionaire macht. Zouden we moeten blijven was dat zo lang wat zich in Duitsland zou voltrekken en dan naar Duitsland moeten of waar dan ook heen zei de kapitein waar het nodig zou wezen. Doordat we alles hadden ingepakt konden we de volgende dag niets doen. Alleen ons zelf tot 6 uur wat vermaken met balletje trappen of zoiets.

Dinsdag 29 augustus 1961 6 uur appel.
Het was doodstil. De kapitein begon. We gaan morgen wel richting Zuidlaren. Het kabinet had besloten voor wisseling van de wacht. Wat een opluchting. Ik keek al weer uit naar Nederlands brood. Ik at bijna geen brood hier meer zo had ik mijn mond kapot van het harde brood. Ik moest het hebben van het warm eten. En anders koeken kopen van de kadi wagen. Maar die was niet altijd aanwezig. Woensdag 30 augustus vertrek. Tenten opslaan en overnachten in Bourges. 31 augustus overnachten in Mourmelon. We namen de moeite maar niet meer om de tent op te slaan. Onder de blote hemel slapen, het was goed weer. Vrijdag 1 september aankomst in Oirschot in een kazerne. Zaterdag 2 september naar Zuidlaren. 

  Foto.  Ik heb de foto’s gemaakt en sta er niet bij op.

Bij Beekbergen kreeg een van onze voertuigen pech. Dit werd gerepareerd wat nog al even duurde en we gingen weer verder. In Zuidlaren zaterdag 2 september 1961.
We mochten onze spullen uit- en inpakken. Ik moest nog voor met verlof te kunnen op rapport CC komen. Ik werd bevorderd tot soldaat I. Weer 10 cent per dag er bij. Ik kon de strepen meenemen en als je terug komt van verlof moesten de strepen op je mouw zitten.

Appèl. 
De kapitein hield een toespraak o.a. dat iedereen weer heel huids was teruggekeerd en vertelde dat we helemaal tot woensdag 12 uur vrij waren. Over het achterstallig verlof is nooit gesproken. Er was ons een verlofworst voor gehouden. Al met al had ik vast besloten nooit weer naar Frankrijk te willen ik had daar een onaangenaam gevoel bij overgehouden. Zie verder periode IX .

Woensdag 6 september 1961 begonnen we weer op de kazerne te Zuidlaren. Er kwam meteen al een bittere pil. Diensttijd verlenging. Het was zo, als je na anderhalf jaar in dienst was ging je 4 maanden met klein verlof. Daarna met groot verlof. Klein verlof houdt in dat je in die 4 maanden elke dag kunt worden opgeroepen. Nu is besloten om 2 maand in dienst te blijven en 2 maand klein verlof. Het begon met lichting 60-2 en ik was 60-3. Dus blijven.                     Het zou 1 december worden toen werd het 1 februari 1962 om af te zwaaien. Oorzaak Berlijn. Op de kazerne ging het weer als vanouds.

Het was inmiddels half september. Via de welzijnszorg hoorden we dat we e.t. cursussen konden volgen. Daar was door enkelen wel oren naar. Ook door mij. In het PMT en KMT in Zuidlaren kon je dan ’s avonds gaan zitten leren vertelde de Welzijnszorg.’s Avonds met de bus naar de academie Minerva in Groningen. Dat leek goed te doen en het scheelde je een jaar. Ik zette alles op een rij en dacht qua tijd per dag dat is helemaal niet te volbrengen. Je moest voor 12 uur binnen zijn en ’s morgens om 6 uur weer op en dan soms zware dienst. Wanneer moest je dan leren. Ik heb er van afgezien. Er kwam nog bij dat je moest elke keer avond permissie aanvragen en je kon naar de cursus als de dienst het toeliet. Maar een enkeling heeft het wel gedaan. Gingen naar de avond hts in Groningen. Ze zaten in de bouw.
Toen ze een poosje bezig waren met hun cursus ging de kapitein ongeveer midden oktober elke keer op die avond als de jongens naar de cursus moesten een avond oefening organiseren. Dat hield in, als je aangetreden stond om 6 uur voor het eten, zei de kapitein naar binnen rugzak op halen bestek er in en andere nodige spullen en weer aantreden. I.p.v. naar de eetzaal, afmars lopend naar de bossen bij Anloo. Daar stond dan de jeep met rouwe aardappelen en nog wat en de kapitein zei, ga maar aan het koken. Moest je eerst droog hout op zoeken dan vuurtje stoken en koken in je mestins. Eerst de aardappelen schillen. Droog hout was moeilijk te vinden en dan met zoveel man en zelf had ik geen lucifer om dat ik niet rookte. Elke keer zo vaak dit gebeurd is moesten we weer op breken tegen de tijd dat ik het in de kook had. Ben altijd zonder eten terug gegaan. Dan maar hopen dat je nog net voor 10 uur weer op de kazerne was om nog snel naar de kantine te kunnen voor gevulde koeken. Als die al dicht was had je pech. 
Dat heeft hij wel vol gehouden tot december. Toen is het gestopt en zei tegen de jongens, jullie zijn nu zo ver achter dat het geen nut meer heeft om daar heen te gaan. En besliste geen avond permissie meer te geven. Een avond oefening is er nadien niet meer geweest in dit seizoen. De cursisten gingen niet meer naar Groningen. Vanwege achterstand. 
Om de 2 week gingen we met verlof. Als we geen verlof hadden, had ik MGD dienst met nog een hospik. Voor eerste hulp. En als er patiënten waren hadden we ook dienst op de ziekenzaal. Zuidlaren was een kleine kazerne. Alleen maar 1 bataljon het 44e. infanterie bataljon ener zijde en 1 compagnie het 42e. Pionier compagnie en gingen om de beurten ’s weekeind met verlof. Het was kleinschalig, als er geen bijzonders was en geen pachten op de ziekenzaal lagen kon je gewoon op je kamer zijn. Als je maar bereikbaar was. 
Als er weer een lichting afzwaaide werd je ingedeeld om oude hap spuiten te geven. Dat ging aan de lopende band injecties geven.
Lichting 60-2 was afgezwaaid en waren wij oude hap. Ik heb daar een tekening van gemaakt met de 5 namen er op die afzwaaiden op 1 februari 1962. Opgehangen op de kamer zolang ik nog in Zuidlaren was.

OUDE HAP PLAAT

December oefening Harskamp.
In open auto’s naar de Harskamp. Ik zat achter in de open jeep bij Roelof. Vreselijk koud en het vroor. Dubbel onder en bovenkleding aan. Bij Vries had ik geen gevoel meer in de benen. Bij de oude IJssel brug hadden we sanitaire stop. Autowegen waren er niet. Je moest door alle plaatsen om er te komen. Door Assen, Smilde, Meppel, Zwolle. Eerst bijkomen dat het gevoel weer in de benen kwam om er op te kunnen staan. Dan verder naar de Harskamp. In de oude barakken overnachten en waren zo koud. Alleen bij de kachel was het warm. ’s Nachts hadden we kachelwacht want die mocht niet uit gaan om gevaar voor bevriezing van de soldaten. Overdag oefeningen op het militaire terrein.

Terug in Zuidlaren. 
Het liep tegen kerst en ik moest weer binnen blijven. Voor de tweede keer. In ’59 thuis kerst gevierd daarna pas in ’62 weer. Terwijl je vrij dicht bij huis was. 
De kapitein verzorgde 1e kerstdag een kerstavond en ik mocht met soldaat Westerbeek menu kaarten maken. Ik ben op de kazerne mijn hele diensttijd nooit een tekenaar of kunstschilder tegen gekomen of zien werken in de vrije tijd. Die zich wil bekwamen in de kunsten moet zijn eigen idee gaan volgen. Dan zat je in dit instituut wel 100 procent mis.

Foto menukaart.

We waren vrij van dienst en op de kamer van de sergeant Kleine mochten we een aantal menu kaartjes maken. We hadden weinig materiaal om mooie kaarten te maken. We hebben een hele plezierige avond gehad. 

Oud en nieuw met verlof.
Voor ik met verlof ging rapport CC. Ik werd bevorderd tot korporaal. 15 cent per dag er bij. Ik zat al op 1,50 gulden per dag. Maar het belangrijkste was, vooreten. Niet in de rij wachten maar heen gaan wanneer het je uit kwam en je mocht ook direct naar binnen. Belangrijk want je had dat 3 keer per dag. Ik heb er een maand van mogen profiteren.

Vanaf 1 januari had ik nog 5 week te gaan. Op 8 januari 1962 had ik verlof. Mijn moeder zei tegen mij toen ik op kwam ’s morgens dat er een ernstig trein ongeluk is gebeurd bij Harmelen. Ik reisde ook veel met de trein en dan schrik je wel even.
Die week ging ik weer terug naar de kazerne in Zuidlaren. Het was op de avond van vrijdag 19 januari 1962 dat ik om ongeveer 9 uur op de fiets nog even Zuidlaren in wou. Als korporaal mocht je tot 12 uur wegblijven. Dat was een luxe. Het was donker en kom bij de poort. Daar stond de wacht tegen mij te roepen van ga daar direct heen er is een ernstig ongeluk gebeurt richting Annen. Hij zag aan mij dat ik van de geneeskundige troepen was maar ik wist van het gebeurende niets. In plaats van naar Zuidlaren te gaan ging ik de andere kant op en net op het eind van het hek van de kazerne lag een soldaat zwaar gewond aan zijn hoofd. Ik had niets bij me omdat ik van dit voorval niet op de hoogte was. Alle jongens uit zijn peloton stonden er machteloos bij en ik ook. Gelijk kwam er een hospik met gewonden tas van het MGD. Samen hebben we zijn hoofd verbonden en gelijk was de ambulance er ook en hij ging naar Groningen. Onderweg overleed hij al. Waar kwamen zij vandaan in het donker. Hoe kon dit nou gebeuren. Nou ze kwamen terug van avondoefeningen in de bossen bij Anloo zo wij ook deden. Op de terug weg, ze liepen allemaal achter elkaar rechts van de weg, komt hun een klein vrachtwagentje achter op, gaat iedereen voorbij en grijpt de voorste met dodelijke afloop. De auto stond aan de andere kant van de weg tegen de boom kapot. Jaren later was het nog te zien aan de boom. De dagen er na waren ze op de kazerne aan het oefenen voor zijn uitvaart met militaire eer. Hij kwam uit Meppen en is begraven in Zweeloo. Enkele keren heb ik zijn graf nog bezocht. Hoe is het mogelijk geweest dat ik precies 2 weken voor mijn afzwaaien dit moest meemaken. Voor het eerst een ongeluk verzorgd met dodelijke afloop.

De laatste 2 weken. 
De 4e. week van januari gingen we weer op bivak. Naar de Drunense duinen in Brabant. Wij als oude hap met ons vijven moesten blijven om een oude hap spuit in ontvangst te nemen. Onze bagage ging met de auto’s mee. Voor ons vijven afscheid van Zuidlaren. Op bivak zijn we naar huis gegaan. Wij gingen met de trein na. Richting Drunen. Laat in de middag kwamen we daar aan. Tent opzetten voor de rest van de week. We waren allen al niet lekker van de spuit maar dat maakte geen indruk. In de koude tent. Het winterde. Oefeningen op de sneeuw. 
Daarna, voor mij de laatste week als militair ging het van uit de Drunense duinen rechtstreeks naar Zwollerkerspel.
De laatste dagen zijn doorgebracht in Zwollerkerspel. En vanaf hier afgezwaaid.
We werden ingekwartierd op een boerderij. Aan de weg vanaf Dalfsen over de spoorbaan Zwolle- Meppel, aan de rechterkant. Maandag 29 januari gingen we ons verplaatsen van de Drunense duinen naar Zwollerkerspel aan de Oude IJssel. Overnachting moesten we op het erf zelf maar op zoeken. In een schuurtje, op de deel voor de koeien, of toch in je tentje, ik had mijn onderkomen met 5 man boven in een open hooischelp opgezocht. Met een ladder naar boven. Geen omheining geen licht en de wind blies over je heen. 
Het waren hele aardige mensen. De boer vroeg me waar ik vandaan kwam. Ik zei, in de buurt van Emmen. O, zegt hij die heeft de AKU. Dat klopt. Ja zegt hij dat zou hier komen. Het was de keus tussen Zwollerkerspel en Emmen. Het is Emmen geworden. Als ze voor Zwollerkerspel gekozen hadden was dat hier gekomen en wij hadden weggemoeten zei hij.
De oefeningen waren aan het water. Onze compagnie manschappen waren pioniers. Dat was een genie-onderdeel van de infanterie werd verteld. Een boot lag in het water met de kop tegen de wal. Er moest in de boot worden gesprongen. Dat ging heel goed. De kapitein gaf met zijn voet een duwtje tegen de boot zodat de laatsten in looppas net niet volledig in de boot konden springen omdat die wat afdreef en moesten op bevel van hem wel springen en kwamen in het ijskoude water terecht. Dat was de bedoeling natuurlijk want niemand was nog nat geworden.
Mijn laatste nacht in dienst had ik nog wacht. Het leek me niet goed dat ik middernacht in het donker me moest aankleden boven op de hooischelp en langs de ladder naar beneden. Ik heb mijn slaapzak naar beneden gebracht en ben lekker warm voor de koeien op de deel gaan liggen waar nog meer lagen. En dat was maar goed ook. Met 2 man had je wacht van 10 tot 12 uur en van 4 tot 6 uur. Dat hield in dat wij beide iedereen wakker moesten maken om 6 uur. Eerst op de deel iedereen wekken en toen naar buiten. Ligt me daar een pak sneeuw, ik moest eerst een weg banen naar de hooischelp en de tentjes. Toen naar boven op de hooischelp. Ik zag niemand. Zo’n pak sneeuw lag over de soldaten. Ik kon ze traceren door de openingen van de adem. Zo liep ik niet de kans om op hun te gaan staan om ze te wekken. Wat schrokken deze jongens. Niemand had iets gemerkt dat ze onder gesneeuwd waren. De avond er voor naar bed gaan lag er niets.

Het werd 1 februari 1962. Wij met ons vieren moesten onze psu in de plunjezak doen en alles inleveren. Alleen wat we aan hadden konden we meenemen naar huis. Gelukkig. Het gebeurde wel eens dat je alles moest meenemen.
Na de middag werden we met een web afgeleverd bij het station in Zwolle. Op een na hebben we elkaar nooit weer gezien. Aangekomen in Nieuw-Amsterdam waar ik opgewacht werd met een fiets ging het richting Erm. Eindelijk was deze tijd om. Gevoel van vrijheid en elke nacht weer slapen tussen de lakens. Twintig maanden op strozakken gelegen en alleen tussen 3 dekens. Elke morgen de dekens in een wolletje maken zoals dat heet. Op een bepaalde manier op vouwen en latjes er in voor de strakheid. Als het iets scheef lag kwam iemand van het kader langs die het alle kanten op gooide en je kunt weer op nieuw beginnen. Vanaf dat moment mag je tot s’ avonds 10 uur niet weer aan je bed komen. De strozak moest de hele dag strak zijn dat was er voor dan konden ze altijd zien dat je niet op bed had gelegen of zitten. Wou je je uitrusten moest je op de harde banken zitten met de armen op de tafel. Die tijd was voorbij.
Ik was een paar maanden thuis, kreeg ik te horen dat kamergenoten naar Nieuw-Guinea moesten. Deze dans ben ik net ontsprongen.
Ik was de vrijheid beroving voorlopig kwijt. En geen enkele dag straf gehad.

Bij het afscheid in Zwollerkerspel kreeg ik mijn verlofpas en een verklaring van aanbeveling.

In november van dit jaar overleed prinses Wilhelmina 82 jaar oud. Als zij jarig was en als prins Bernhard jarig was kregen we een zure haring. Laat ik die nou net niet lusten dus wie naast me zat in de eetzaal op dat moment had dubbel feest die dagen.

Bekijken collectie

Wanneer u dit voorwerp uit deze collectie wilt bekijken, mail dan het inventarisnummer naar gemeente Coevorden en maak een afspraak. Het voorwerp wordt dan klaargezet voor bezichtiging.