Tab Gemeente Coevorden
Terug naar zoeken
werkstuk Harm Eggens Erm

III. Ambachtsschool Stationsstraat  Emmen 1955 -1957 (biografie)

Type:
Collectie
Periode:
Na-oorlogse periode tot 1997

In augustus ging ik met nog een jongen uit Erm naar de ambachtsschool. Afdeling schilderen. Ook toen werd het ook wel LTS genoemd. De ambachtsschool was voor de oorlog 3 jarig. Maar na de oorlog werd de opleiding terug gebracht naar 2 jaar. Na de 2-jarige dagschool moesten deze leerlingen hun vervolg opleiding dan maar ’s avonds doen. Er was een part-time opleiding. Wat inhield, 1 middag in de week a.v.o. vakken en ‘s avonds de praktijklessen. Dit alles naast een volledige werkweek tot half 1 ’s zaterdagsmiddags. Deze verandering is gekomen omdat ambachtsmensen zo spoedig mogelijk aan de slag moesten. Er moest gebouwd worden.

Mijn bedoeling was me te bekwamen in tekenen. Op de schildersafdeling was veel tekenwerk. Technisch schetsen en schetsen naar meetkundige figuren als kubus, pyramide en dergelijke maar hoofdzakelijk reclame tekenen en letter tekenen. Niet het vrije tekenen. Mijn klasgenoten uit Erm die naar de ULO gingen kregen creatief tekenen zoals ik bedoelde en wilde. Maar goed dit eerst maar afmaken en thuis maar tekenen naar eigen ideeën. 

Mijn moeder zei, je bent nu van school af en dan beginnen de meeste jongens te roken. Het kost je geld en het is ook nog eens heel slecht voor je gezondheid. Als je niet rookt krijg je elke week een rijksdaalder maar ik controleer je niet. Door dit aanbod heb ik mijn hele leven niet gerookt. Mijn vader zei als je later soldaat wordt dan begin je wel te roken omdat daar iedereen rookt. Ik kwam later in dienst. Dat ik niet rookte viel helemaal niet op doordat er zoveel waren die het ook niet deden.

Enkele tekeningen uit de schilders klas:

Bloemen.jpg

Bloemen

Schildersbedrijf.jpg

Schildersbedrijf Eggens

Cafe biljart.jpg

Cafe Biljart A. Eising

Potplanten.jpg

Potplanten

ijs.jpg

ijs

H. Eggens Erm.jpg

H. Eggens Erm

We kwamen met 6 schildersleerlingen in de eerste klas. De klas was gecombineerd met de 2e klas schilderen die een groter aantal had. Naast de praktijk lessen kreeg je theorie en a.v.o. vakken. Schilder materiaal onder andere olieverf, plakkaatverf , ecoline en Oost-Indische inkt. 
De olieverf moest je eerst zelf maken voor je kon schilderen. Dat ging zo. Door een hoopje pigment op een marmeren plaat te leggen dan een kuiltje er in maken daar lijnolie in doen en dan met een loper of paletmes net zo lang wrijven dat de verf fijn genoeg was om er mee te kunnen schilderen. Mijn eerste kennismaking van verf maken. We leerden diverse technieken.   

Elk voorjaar kwam de directeur van het Noorder Dierenpark uit Emmen bij ons in het lokaal om de bordjes in het park te laten beletteren. Elk dier had een bordje met naam en de andere nodige bordjes met tekst zoals richting bordjes in het park en de grote reclame borden langs de weg. Bij Zwolle stond al zo’n groot bord. Daar was je enkele weken mee bezig. Elke leerling kreeg een aantal bordjes om de tekst er op te schilderen. Elke dag kwam Willem Sjuck Oosting in het lokaal om de bordjes op te halen die een dag er voor waren geschilderd en nam een nieuw aantal weer mee om te laten beschilderen. Als alles klaar was gingen we met z’n allen een middag naar het park met leraar De Grip als dank voor de gedane arbeid.
                                                                                                                                    
De 2 schilders klassen in het dierenpark. In het midden achter het bord Harm Eggens.

Als er werkstukken werden gemaakt bij de afdeling hout of metaal, ging het diverse keren naar de schildersafdeling om het te laten schilderen.
Zo ook een keer een fraai gemaakte zonnewijzer van metaal door leerlingen van de afdeling metaal en werd door ons geschilderd.
Op zaterdagmorgen moest ik van mijn leraar de zonnewijzer afleveren bij mr. Jonker, wonende een paar huizen vanaf de school in een villa aan de Stationsstraat. Hij was kantonrechter in Emmen. Bij de voordeur had ik een leuk gesprek met hem en gaf ik hem de zonnewijzer namens de school.

Mr. Jonker was bestuurslid van de school en vertrok uit Emmen. Het was een afscheidscadeau van de school. 
De woensdagmorgen na dit weekeind kwam iemand van de administratie alle klassen rond met een lijst voor een bijdrage voor een krans want bestuurslid mr. Jonker was overleden.
Hij heeft van de zonnewijzer niet kunnen genieten.

Mr. Arend Jonker 1895 – 1957.

Op de kaart stond dat hij bijgezet werd in het familie graf te Musselkanaal. Toen wij later in Musselkanaal kwamen wonen ben ik een keer bij het graf geweest waar we dicht in de buurt woonden. Vanaf 2020 wonen we aan de Weerdingerstraat en vanaf ons balkon kijken we op de achterkant van deze villa aan de Stationsstraat waar mr. Jonker woonde. Zijn woning is nu een B en B. 

Ik leerde dat je met olieverf niet op onbehandeld papier moet gaan schilderen zoals ik altijd deed vanaf de tijd dat ik de prijs had gewonnen en een olieverf doos had gekregen. Je moet eerst het papier behandelen anders trekt de olie van de olieverf in het papier. Elke dag als ik naar Emmen fietste net over de stroom bij Klinkmolen brug, vrijwel direct links in een bosje stond een boerderijtje waar 2 broers woonden met hun vee. Een keer toen ik thuis kwam heb ik het uit de gedachten geschilderd op gelakt papier.

                                             Het huis in het Noord-Barger bos 1956

Leraar De Grip moest wel eens op cursus en dan kregen we les van zijn vader. M.L. de Grip.
Er kwamen zo langzaamaan wel mooie tekeningen in huis. Mijn vader vond het zo mooi dat er regelmatig wat aan het beschot (houten wand waarachter de bedsteden zich bevonden) werd geprikt. En als er eens een hele mooie was en er kwam een neef van me die vond het heel mooi dan zei mijn vader, o neem maar mee Harm maakt zo een weer. Zo ben ik wel eens tekeningen kwijt geraakt die niet weer werden gemaakt. 
De leraar zei op een keer in de klas tegen mij, in het gemeentehuis van Zweeloo is een expositie van de Drentse kunstschilders ga daar maar eens kijken. Ik vertelde het thuis. Mijn vader zei dan gaan we zaterdagmiddag direct heen. ’s Morgens al het werk doen. Op een boerderij moest elke dag gewerkt worden en voor de zondag extra. Extra voer voor de koeien bij huis halen en op hemmelen. ’s Middags naar Zweeloo. Prachtige schilderijen met veel kleur. Even waren we er en kwam de schilders leraar ook binnen en wist niet dat wij er ook waren. Hij maakte kennis met mijn vader. De leraar maakte ook hele mooie olieverf schilderijen. Samen bekeken we de schilderijen. Zij gingen met hun tweeën in discussie. Het ging om de felle kleuren. Mijn vader vond dat niet goed want in werkelijkheid was het niet zo. De Grip wilde het uit leggen. Of dat gelukt is weet ik niet. Ik ging in mijn eentje verder en zij met hun beide. Ik denk dat dit de eerste keer voor mijn vader was om te kijken op een schilderijen expositie.  
In het laatste jaar zijn we nog met de hele school een dag op excursie geweest in Soesterberg bij de luchtmacht. Voor eventuele liefhebbers om bij de luchtmacht te willen komen werken. 
Op het laatst van het tweede jaar zijn we met de leraar naar Ruinerwold geweest te kamperen bij boer Jan Klene. Dit was een dienst kameraad van de leraar. Ze vertelden dat ze samen op de Grebbeberg lagen bij het uitbreken van de oorlog op 10 mei 1940. Ze zijn krijgsgevangenen gemaakt en afgevoerd naar een kamp in Duitsland waar ze een hele tijd hadden gezeten en dwang arbeid moesten verrichten.

Ik had al geleerd, eerst het papier te schilderen met lakverf en daarop schilderen met mijn olieverf die ik al had. Dat schilderde veel beter. En op de achterkant van een stukje hardboard, eerst grondverf er op en dan een afbeelding schilderen wat je wilde. Linnen heb ik niet gehad. Op school schilderde je hoofdzakelijk reclames om het letterzetten onder de knie te krijgen. Een vaste hand te krijgen. Reclame borden, naambordjes, herinneringen platen en teksten op grafpaaltjes kwam nog regelmatig voor en werden door de huisschilders verzorgd. En was meteen de oefening voor het schilderen in de bouw wat noodzakelijk was om een vaste hand te hebben bij het schilderen.

De twee jaar was zo om. En dan? De leraar vroeg me wat ik straks ging doen. Ik zei dat weet ik niet. Je moet nu schilder worden zei hij. Dat wou ik beslist niet maar wat dan wel. Op een gegeven moment kwam de leraar met een advertentie van een verffabriek in Groningen waar ze een leerling vroegen op het laboratorium. Met behulp van mijn leraar Nederlands werd een sollicitatie brief opgesteld en opgestuurd. Vrijwel direct kreeg ik bericht om te komen kennis maken.

Samen met mijn vader ging ik naar verffabriek Nelf aan de Paterswoldseweg te Groningen om te solliciteren. Het leek goed maar het was geen tekenwerk maar als er eens iets zou zijn op dat gebied dan kon ik dat wel doen beloofden ze me daar. Dat was er niet de werkzaamheden waren verftechnisch. Ik werd aangenomen en ging op 15-jarige leeftijd alleen, ik kende er niemand, op een kamertje op de vliering wonen in de grote stad Groningen.

Begin van de loopbaan
Op maandag 2 september 1957 ’s morgens om half 8 met de bus uit Erm. Mijn vader bracht me naar de fabriek in Groningen. Eerst van Erm met de bus naar Assen en verder met de trein.

Verffabriek Nelf  Paterswoldseweg 78.

Ik kwam op het laboratorium waar 2 personen werkten. Een met een chemische achtergrond en een meester-schilder. Beide tussen de 25 en 30 jaar. Het werk was verftechnisch. Gericht op huis- en industrieverven.
Het bedrijf had voor een kosthuis gezorgd. Koeriersterweg 10a. Twee minuten lopen vanaf het bedrijf. Op de vliering. Eerst de trap naar beneden halen en dan naar boven. Beneden bij de hospita eten. Na enige tijd kreeg ik een kamertje beneden. 
’s Avonds naar de LTS aan de Antillenstraat voor de praktijk en een middag in de week naar de Kapteynlaan voor de avo vakken. Alles lopend en ver weg van mijn adres. Voor een fiets was geen plaats op mijn adres.
’s Zaterdagsmiddags om 3 uur was ik weer in Erm. Het oude werk weer even voor een middag oppakken. Samen met mijn ouders en zussen helpen op de boerderij wat er ook maar moest gebeuren en meestal Leen nog even helpen turf halen uit haar schuurtje. Dan kreeg ik altijd een schilletje. Ze was belangstellend wat ik in Groningen deed. Ik vertelde over verf maken. Ze vond het heel bijzonder wat ik daar van vertelde hoe verf gemaakt werd. Dat had ze nog nooit gehoord dat dat zo ging. Ze had altijd gedacht dat het heel anders ging. Uit bomen of zo. Nee, alleen terpentijnolie komt uit bomen wat in de verfindustrie werd gebruikt verder niets uit bomen vertelde ik haar. 

Op mijn kamer maakte ik tekeningen en ook de kat van de hospita die altijd op de lekkere stoel lag. Olieverf op gelakt papier.

In het voorjaar van 1959 kregen we waterleiding in Erm. De leiding lag al lang voor ons huis maar de eigenaar vond het niet nodig om je er op aan te sluiten omdat we goed put water hadden. En dat was ook zo. Voor het gemak dan maar op eigen kosten waterleiding aanschaffen. En dat mocht wel.  Maar goed ook want vanaf het voorjaar tot aan de winter is er geen emmer vol water in de put geweest. Het was het zeer droge jaar 1959.

De weekeinden was ik in Erm en als mijn ouders weg waren ging mijn zuster en ik melken. Melken in de Holtmaot bij Holsloot met zus Jantje en in gezelschap met een kennisje.

In de zomer van 1959 verwisselde ik van kosthuis naar Hoornsediep 18. Net aan de andere kant en uitzicht op de Nelf. In een overwegwachters huis in de rij met de eierhal, Hogere Landbouwschool en Hoofdstation.                                                                                            

1959  Met 2 logees voor het kosthuis naast de eierhal. In de verte de Westkant van het Hoofdstation in Groningen.

1959.   Het lab werd uitgebreid met een personeelslid. We waren met 4 personen.
Tweede van links Harm Eggens

Ik kreeg een oproep voor de militaire keuring op de datum 17 december 1959 aan de Hereweg te Groningen. Op de dag dat ik 18 werd. En werd geschikt bevonden.

Op 8 en 9 januari 1960 deed ik examen voor leerling verfindustrie op het bedrijf. En slaagde met lof. Op 17 maart 1960 stond hiervan een artikel in Eisma’s  schildersblad. 

Felicitatie door de directeur Harm van der Zee van de Nelf

In maart 1960 kochten mijn ouders een huis in Voorste Erm. Dalerstraat 61. Werd later veranderd in Harstakker 4. We konden direct nog niet verhuizen. Het  nieuw te bouwen huis van de bewoonster en haar 2 kinderen  was nog niet klaar.

In april kreeg ik bericht in dienst te moeten op 14 juni 1960.

Mijn vader voorjaar 1960 met de planeet door de bieten achter de hof. Laatste jaar Achterste Erm

Met de reisclub van Erm maakte ik voor het eerst een buitenlandse reis naar Altenahr in Duitsland. Via Elten toen nog Nederlands. Bezoek aan de Dom te Keulen de Drachenfels, Oberwinter waar de boot nog lag van Hermann Göring vertelde de reisleider. En verdere omgeving. 

           Voor de Dom in Keulen. Geheel rechts Jantje-en Harm Eggens

In mei, even voor in dienst te moeten heb ik vanuit mijn kamer een olieverf schilderijtje gemaakt op hardboard van de Nelf. Met spoor en kolenopslag van Borgesius en Uithof.

 Foto van Leen 6 juni 1960 buiten bij haar achterdeur. Overleed 28 juni 1960

’s Avonds voor ik voor 3 weken weg ging, het was mooi weer en waren buiten met een aantal vrienden, kwam mijn moeder naar me toe en zei om nog even naar Leen te gaan omdat je zolang weg blijft. Eigenlijk kon ik het niet bezetten. En dacht het is al na 9 uur geweest dan is ze al naar bed. Toch even proberen. De deur was open en zat nog op mij te wachten. Ze hield me vast , ik zei over 3 week ben ik er weer. Ja, ja, ja, zei ze en we namen afscheid. Niet wetende voor altijd.

In de derde week dat ik in dienst was overleed ze op 28 juni. De begrafenis was op de zaterdag 2 juli, dat ik voor het eerst weer thuis zou komen ’s middags. Via een brief van mijn ouders ben ik het gewaar geworden dat ze was overleden. Een verzoek om naar de begrafenis te gaan heb ik geschreven aan de CC (Compagnies Commandant). Moest op rapport komen en ook nog geen rouwbrief leg deze relatie maar eens uit. Ik kreeg de volgende dag toestemming voor verlof en mocht vrijdagavond na 6 uur naar huis. De volgende dag, de begrafenis was vanuit ons huis en heb ik kunnen meemaken. Zij was hier eerder weg dan wij wat ze ook zou willen had ze gezegd tegen familie en buren. Omdat ze al wist dat wij binnenkort van hier gingen vertrekken. Op 30 september zou ze 90 geworden zijn.

Laatste zomer 1960 voor de baander in Achterste Erm. Vader moeder, tante en oom.

Bekijken collectie

Wanneer u dit voorwerp uit deze collectie wilt bekijken, mail dan het inventarisnummer naar gemeente Coevorden en maak een afspraak. Het voorwerp wordt dan klaargezet voor bezichtiging.