Tab Gemeente Coevorden
Terug naar zoeken
Voorblad Coevorder cahier 3

Het Mesolithicum

Type:
Collectie
Kern:
Coevorden
Kenmerken:
Gebeurtenis
Periode:
Van prehistorie tot de middeleeuwen

Bezien we de werktuigen uit het Mesolithicum, dan valt over het algemeen direct op dat het de artefacten tot uitermate kleine vormen (mikrolieten) betreft.

Hoe is nu deze verandering in de artefacten te verklaren?

Het Mesolithicum wordt begrensd door enerzijds het einde van de laatste ijstijd en anderzijds de opkomst van landbouw en veeteelt als belangrijkste bestaansmiddel. Bezien we nu de eerste begrenzing dan kunnen we stellen dat er een verbetering van het klimaat optrad, waardoor eveneens een verandering van vegetatie en fauna plaats vond. Deze gang van zaken betekende dat de laat-paleolithische levenswijze (rendierjacht) drastisch veranderd moest worden, aangezien de rendieren zich steeds meer noordelijk gingen ophouden.

De overgang in het klimaat ging relatief gezien vrij snel zodat de mens in korte tijd gedwongen werd jacht te maken op andere diersoorten, die zich nu meer individueel en in een ander milieu ophielden, aangezien er door de klimaatverbetering meer bos ontstond. Als voorbeeld van dergelijke diersoorten kunnen we hier oerossen, everzwijnen en herten noemen.

Kernbijltje
Kernbijltje

Door de economische verandering ging de mens steeds meer gebruik maken van de pijl en boog, waarvoor de meest typerende artefacten uit het Mesolithicum (de mikrolieten) werden gebruikt. In het Mesolithicum traden ook grotere artefacten als bijvoorbeeld kern- en afslagbijltjes op, die gebruikt werden in het steeds meer opkomende bos, waarbij wel opgemerkt moet worden dat de kernbijltjes niet geschikt moeten worden geacht voor het vellen van grotere bomen, maar misschien wel houtbewerkings-werktuigen zijn geweest. Daarbij kunnen we onder andere denken aan de uit het Mesolithicum stammende boomstamkano van Pesse, die mede met een kernbijl uitgehold kan zijn.

Aangezien de vegetatie en de fauna gedifferentiëerder werden ontstond zogenaamde jacht-, vis- en verzameleconomie. Men was niet meer gespecialiseerd op één diersoort, maar joeg op verschillende soorten. Het werd daarbij nog aangevuld door bijvoorbeeld vis, die met behulp van de bekende mikrolieten verschalkt konden worden en allerlei verzameld voedsel. In het laatste geval denk ik bijvoorbeeld aan eieren, vruchten, noten et cetera, die alle in de natuur konden worden verzameld. De nederzettingen waren in het Mesolithicum nog vrij klein, zodat we het vermoeden kunnen uitspreken dat men in groepjes van enkele gezinnen leefde. Over de behuizing is nog maar weinig bekend. Weer moeten we dan kijken naar buitenlandse situaties, waar men spreekt van ondiepe kuilen in de grond, waarboven een dak van takken werd aangebracht. In aanmerking nemend dat het klimaat vrij mild was, lijkt deze situatie nog niet zo verwonderlijk.