Tab Gemeente Coevorden
Terug naar zoeken
Voorblad van de Picardtreeks 17 Grensperikelen

Grensperikelen 1945 – 1949

Type:
Collectie
Kern:
Coevorden
Kenmerken:
Gebeurtenis
Periode:
Tweede Wereldoorlog 1940-1945

Door doctorandus H. Roest Picardtreeks nummer 17

Voordracht door drs. H. Roest op de zitting van de “Picardt Club” in de Ridderzaal van het Kasteel van Coevorden
op maandag 12 november 1984

Het verschijnsel annexatie komt in de geschiedenis veel voor. Nagenoeg elke oorlog kent na afloop voor de overwinnaar annexatie van gebieden onder allerlei voorwendsels zoals dynastieke aanspraken, schadevergoeding, het rechttrekken van grillige grenslijnen of gewoon machtswellust.

Groot-Duitse briefkaart uit 1935
Groot-Duitse briefkaart uit 1935 met gebiedsuitbreiding

Dertiger jaren

In de dertiger jaren werd ons land regelmatig “opgeschrikt”, althans degenen die er erg in hadden, door berichten uit Hitler-Duitsland waar een streven was naar de vorming van een Groot-Duitsland, waartoe onder meer, zoals een prentbriefkaart en krantenberichten uit 1935 laten zien, ook ons land geheel zou behoren. Zogenaamde historische banden vanuit de middeleeuwen uit de tijd van het “Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie” waren hier niet vreemd aan. In de nieuwe opzet zouden steden als Triëst, Wenen, Breslau, Danzig, Berlijn, Straatsburg, Brussel, Hamburg en Amsterdam in één rijk zijn komen te liggen. De oorlogsjaren ’40-’45 hebben dan ook velen doen vrezen voor een niet meer zelfstandig worden van ons land doch gelukkig, in 1945 waren we er weer.
Wel wat gehavend.
De geleden materiële schade werd geschat op zo tussen de 18 à 25 miljard gulden, een voor die tijd, toen we nog een echte miljoenennota hadden, onvoorstelbaar groot bedrag.

Hoe zou een Duitsland, hoe dat er ook zou gaan uitzien, dit ooit kunnen betalen?
Doch ook, gezien de ervaringen met de Republiek van Weimar na 1918 en Hitler-Duitsland, waar het Diktaat van Versailles met
de daarbij behorende herstelbetalingen mede de oorzaak zijn geweest voor het vasthouden aan de anti-democratische geest van het Duitsland van voor 1914, zou het wel juist zijn in de richting van zulke herstelbetalingen te denken?
Wellicht is een aarzelend neen hier op zijn plaats.

1945

Toch willen en wellicht kunnen we in 1945 Duitsland er niet zo maar van laten afkomen.
Enkele politieke heethoofden en a-historisch denkenden spreken, soms al in de oorlog, van een totale opdeling van Duitsland door de haar omringende landen. In zo’n visie zou ons land als oostgrens de Elbe moeten krijgen en ook het Ruhrgebied zou
Nederlands moeten worden.

1946

Gelukkig blijven zulke verlangens beperkt tot enkelen doch, als in 1946 ons land politiek gesproken weer zo ongeveer het voor-oorlogse gezicht heeft teruggekregen, zal onze regering op 5 november 1946 een memorandum overhandigen aan de regeringen van de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, Engeland, Frankrijk en België, waarin een aantal territoriale en economische eisen ten aanzien van het verslagen Duitsland vervat zijn.
Deze eisen waren in feite min of meer reeds bekend uit de regeringsverklaring van 28 oktober 1944 te Londen, waarin gesproken werd van:

  • een compensatie voor herstel van de nationale welvaart
  • waarborgen tegen discriminerende Duitse
    maatregelen
  • en tevens dat de toegebrachte schade door
    Duitsland aan Nederland nooit volledig
    door annexatie vergoed zou kunnen worden

De economische eisen betroffen onder andere:

  • de havens, tegen oneerlijke concurrentie van Hamburg, Bremen en Emdem
  • de kanalen, er mochten geen nieuwe komen of verbeterd worden
  • monetair, de Duitse monetaire politiek moest rekening houden met die van Nederland
  • mijnbouw, we wilden voor zo’n periode van 40 à 50 jaar concessies in Duitsland hebben

De territoriale eisen betroffen grenscorrecties. En wie zich de soms wel grillige grens tussen Nederland en Duitsland voor de geest haalt, heeft dan toch wel begrip voor een aantal voordelen zoals:

  • verkorting van de grens, van 525 kilometer tot 340 kilometer
  • verbetering van het lokale verkeer
  • verbetering van de waterstaatkundige toestand
  • verbetering van de sociaal- economische toestand
  • opheffing van plaatselijke misstanden, zo’n 24 stuks, zoals een grens dwars door een huiskamer of verkeersbelemmeringen
Annexatie! Afbeelding prentenboekje Jo Spier 1945
Annexatie! Afbeelding uit het prentenboekje van Jo Spier 1945

Het geclaimde gebied was niet groot, zo’n 1750 vierkante kilometer waarin ongeveer 119.000 mensen woonden. Hierbij werd wel gesteld dat alleen de autochtone bevolking van vóór 10 mei 1940 er mocht blijven wonen. Ook werd ter sprake
gebracht de vaststelling van de grens in de Dollard, dit in verband met een eventuele inpoldering, en de grens in de Eemsmond terwijl dan het eiland Borkum bij Nederland zou moeten komen ter beheersing van de Eemsmond.
In onze directe omgeving zouden het Bourtanger veengebied en de Bentheimerbocht er bij moeten komen. Een zeer dun bevolkt gebied doch er zou dan duidelijk een verbetering van de waterstaatkundige toestand aan de grens tot stand gebracht kunnen worden terwijl er tevens gekeken werd naar de olievelden bij onze oosterburen hier over de grens.
En er werden direct allerlei argumenten aangevoerd om een eventuele annexatie te rechtvaardigen. Zo waren er familiebanden, een dominee predikte ook in het Bentheimse, de spinnerijen Eilermark en Deutschland in Glanerbrug
waren voor 100% en 75% Nederlands kapitaal, er was een druk lokaal grensverkeer enzovoort. En dan waren er elders ook nog grenscorrecties zoals bij Nijmegen, bij de bottleneck ten Noord-Oosten van Sittard, bij Tegelen… De meesten waren verkeerstechnisch van aard. Daarnaast, in ’t Limburgse, speelde mijnbouw een belangrijke rol.

De grenscorrectie plannen Nederlandse regering
De grenscorrectie plannen van de Nederlandse regering


In een aanvullend memorandum van 25 januari 1947 zei de regering dat de door Nederland voorgestelde grenswijzigingen overeenstemden met de historische ontwikkeling van de grens; slechts die veranderingen werden nagestreefd die tot doel
hadden vroeger begane fouten of missers te corrigeren en ook was er naar gestreefd aan het historisch gezag van hetgeen lang heeft bestaan, vooral ten aanzien van het noordelijk gedeelte van die grens, recht te doen wedervaren.

Mooie taal, en het betrof dan onder andere het stroomgebied van het Schoonebekerdiep en van de Overijselse Vecht die beiden, zoals andere stroomgebieden, niet geheel binnen Nederland vielen. En dit gaf vele lasten als er in Duitsland in die stroomgebieden (onaangekondigde) verbeteringen en veranderingen kwamen zoals:

  • bochtafsnijdingen
  • vergroting van de dwarsprofielen
  • de afvoer van vervuild water
  • de versnelling van de natuurlijke afvoer van het hemelwater door de droogmaking van bijvoorbeeld moerassen, enzovoort

Want nu moesten wij in Nederland regelmatig door die Duitse gebeurtenissen grote uitgaven doen om het in Nederland gelegen stroomgebied aan te passen. En in feite werden we, zonder overleg tevoren of medezeggenschap, tot die uitgaven gedwongen.
Een grote moeilijkheid was evenwel dat bij geen enkel der voorgestelde qrenswijzigingen de grens geheel langs de waterscheiding zou komen te liggen. Daarom moest er in een toekomstig vredesverdrag steeds een bepaling worden
opgenomen die de regeling van de overblijvende vraagstukken voorschreef.
U merkt wel, dat de waterhuishouding een belangrijke rol speelde bij de grenscorrecties en, niet geheel ten onrechte.

1949

Hoe stonden de Duitsers tegenover die annexaties? Het is dan wel eerst goed te bedenken dat behalve Nederland, ook Polen, Tsjecho-Slowakije, Yoego-Slavië ,Frankrijk en België territoriale eisen hadden gesteld en, vergeleken met bijvoorbeeld die van Polen, vallen de Nederlandse eisen in het niet. Er was dan ook verzet van Duitse zijde. Op 12 en 13 februari 1949 vond er te Hamburg een conferentie plaats van de hoofden van de regeringen van de West-Duitse Länder en de burgemeesters van de Stad-Länder Hamburg, Bremen en Berlijn. Eensluidend werd daar een resolutie aangenomen waarin éénzijdig beschikte
grenswijzigingen werden afgewezen omdat ze indruisen tegen het zelfbestemmingsrecht van de volken zoals dit in het Atlantisch Handvest was geproclameerd. Ook werd gezegd dat herstelbetalingen geen annexaties van gebied rechtvaardigden.

Ondertussen verklaarde op 12 Januari 1949 het Poolse Parlement de door Polen bezette Duitse gebieden tot Pools gebied. Een situatie die tot vandaag de dag gebleven is. Onze regering zette door. Op 24 maart 1949 diende ze een ontwerp van wet in waardoor de Kroon bevoegdheid zou krijgen om voorzieningen te treffen in verband met de verwezenlijking van bepaalde, niet nader genoemde correcties aan de Nederlands-Duitse grens. Deze correcties hadden een voorlopig karakter en waren overwegend technisch van aard. En, van de door Nederland geclaimde correcties was nog maar weinig overgebleven. De 1750 vierkante kilometer waren teruggelopen tot eerst 150, dan nog 135 vierkante kilometer. Het zouden dan nog slechts 32 grenscorrecties betreffen waar nog maar zo’n 13.500 mensen woonden die overigens nu zelf zouden mogen bepalen waar ze wilden wonen, in het nieuwe Nederland of in Duitsland. De reacties in Duitsland zelf zijn fel.
Adenauer spreekt van een “Diktat”. Peter Altmaier, de president van de Paltz, wil wel akkoord gaan met de Franse annexaties doch niet met die van Nederland, België en Luxemburg.
Schumacher noemt het de “slechtste wijze voor het doen van herstelbetalingen”.
Het Russische persbureau Tass spreekt van inbeslagneming van Duits gebied.
In Parijs schrijft Le Monde over een psychologische vergissing.
Op 6 april 1949 neemt de Tweede Kamer het wetsontwerp aan met 54 tegen 24. Bij de Kamerleden bestaat weinig geestdrift voor deze correcties oftewel annexaties. De regering wenst slechts van correcties te spreken.

Oud, VVD, spreekt van het slechts opheffen van misstanden, aan de grens. Drees zegt dat de correcties zaken zijn van
geringe omvang met een belangrijke achtergrond gezien Duitslands’ positie in het zich opbouwend Europa.
De KVP (Katholieke Volkspartij) wenst bij monde van Van Maenen verdergaande gebiedsuitbreiding.
De communist Haken ziet in het gebeuren een machtswellustige daad.
Van Duitse zijde komen tegenvoorstellen. Men wil dan wel akkoord gaan met enkele correcties. De minister-president Arnold van Noord-Rijnland-Westfalen heeft op 19 april te Den Haag een gesprek met de minister van buitenlandse zaken Stikker waarin eerstgenoemde gebiedsafscheidingen afwijst als zijnde onverenigbaar met het Volkenrecht en met de Europese gedachte.

Op 21 april echter wordt het wetsontwerp door de Eerste Kamer aangenomen met 25 tegen 17. Hierbij had minister Stikker uit prestige overwegingen, geheelonnodig, de portefeuillekwestie gesteld.
En zo zijn dan op 23 april 1949 de correcties, de annexaties, een feit.
20 correcties,
70 vierkante kilometer,
10.000 bewoners (waarvan in Elten en Tüddern samen 8000).

De te verwachten grenswijzigingen van Nederland
De te verwachten grenswijzigingen van Nederland

Coevorden

Hier bij Coevorden, betreffende het Bourtanger veen en de Bentheimerbocht, niets!
Van de belangrijke gebiedsannexatie als vergoeding voor de geleden schade was nagenoeg niets overgebleven. En, zoals U allen weet, ook Elten en Tüddern zullen slechts tijdelijk bij ons land blijven. Ook tegen deze kleine annexaties komt er fel Duits verzet. De Duitse CDU (Christlich Demokratische Union) protesteert fel tegen, zoals Adenauer het Müller laat zeggen, de afstand van het zelfkantgebied aan Nederland.

We kunnen ons afvragen welke gevolgen een annexatie overeenkomstig de allereerste eisen voor Coevorden zou hebben gehad. Deze vraag is vrij hypothetisch doch dat onze vestingstad, weggedrukt tegen de grens en de Vecht, een grotere kans gehad zou hebben om haar centrumfunctie voor Zuid Oost Drenthe en Noord Oost Overijsel te behouden, zo’n antwoord lijkt mij niet onwaarschijnlijk.

In hoeverre het gelukt zou zijn van de Bentheimerbochtbewoners Nederlanders te maken, daarover is het antwoord nog vager. Gezien de slechte economische situatie als liggende in een uithoek van Duitsland en de reeds eerder genoemde banden met ons hier, zou het nog wel eens een haalbare kaart hebben kunnen zijn. Doch deze door sommigen verkondigde mening
ging dan wel geheel voorbij aan het specifiek eigene van dat gebied.
En als we annexatie, in welke vorm en om welke reden dan ook, principiëel afwijzen, geheel los gezien ook van mogelijk komende reacties, dan kunnen we slechts toejuichen dat de situatie bij het oude is gebleven en we onze oosterburen weer als goede buren hebben teruggekregen, zij ons trouwens ook. En bij grenscorrecties, welke ook nu nog steeds plaatsvinden, staan we dan ook als twee gelijkwaardige partners, neen, niet tegenover, doch naast elkaar.

Anerveen, november 1984/1985

Verantwoording illustraties

  • Nummer 1. Z.R.Dittrich, Tussen twee wereldoorlogen. Uit: Wereldgeschiedenis, deel IX (1967) pagina 199
  • Nummer 2. Z.R.Dittrich, Tussen twee wereldoorlogen. Uit: Wereldgeschiedenis, deel IX (1967) pagina 704
  • Nummer 3. Koninklijk Huisarchief. Nummer 803 (1946), pagina 6934
  • Nummer 4. Koninklijk Huisarchief. Nummer 928 (1949), pagina 8036 en Nummer 932 (1949), pagina 8079

Literatuur

  • Centraal Bureau voor de Statistiek. Economische en Sociale Kroniek der oorlogsjaren 1940-1945. Utrecht,1967.
  • L. de Jong. Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel10-b, 2e helft, Het Laatste Jaar II. ‘s-Gravenhage,1982
  • F.J.F.M. Duynstee en J. Bosmans, Het kabinet. Schermerhorn-Drees 1945-1946. Assen,1977
  • Brochure van het Nederlands Comité voor Gebiedsuitbreiding: 1948-1998, Grenswijziging Nederland-Duitsland, door O.C.A. van Lidth de Jeude, A.G. Maris en C.J. Witteveen. Zonder jaar
  • Rapport-inzake de wenselijkheid tot een grenscorrectie tussen de provincie Drenthe en het aangrenzende Duitse gebied te
  • komen. Provincie Archief, Assen. Zonder jaar