Tab Gemeente Coevorden
Terug naar zoeken
De vesting Coevorden in heden en verleden, Picardtreeks 27

Coevorden rond 1900, de industriële ontwikkeling

Type:
Collectie
Kern:
Coevorden
Kenmerken:
Gebeurtenis
Periode:
20e eeuw tot de Tweede Wereldoorlog, Na-oorlogse periode tot 1997

Door Doctorandus H. Roest

Industriële ontwikkeling van Coevorden, 1900-1961

Rond 1900 had de gemeente Coevorden 3545 inwoners: 1774 mannen en 1771 vrouwen, een prachtige evenwicht.
In de stad zelf woonden 2198 mensen, 1050 mannen en 1148 vrouwen.
Datzelfde Coevorden had in 1836 2436 inwoners.
Er kan nu niet bepaald van een stormachtige ontwikkeling van de stad in de tweede helft van de 19e eeuw worden gesproken.
De mensen rond de eeuwwisseling woonden in 706 huizen, schepen en woonwagens, waarvan in Coevorden zelf 466.

De stad rond 1900

1900 was het jaar waarin Burgemeester en Wethouders van Coevorden enkele zilveren beeldjes, die in het gemeentehuis stonden, aan het Rijksmuseum in Amsterdam verkochten. Ze zijn daar nog steeds. Het was ook de tijd waarin men zich zorgen maakte over het toenemend aantal stoomfietsen en rijwielen binnen de stad. Het was ook de tijd waarin oude straatnamen door nieuwe vervangen werden. Zo ging de Nieuwe straat op de Kasteelse weg voortaan Aleida Kramerstraat heten; De straat naast doctor Lokker werd Rikkerstraat. In die tijd werd ook de Pampert door de gemeente aangekocht. Een hele stap. Want om er te komen moest er eerst een brug over de gracht worden aangelegd!

Stoomzuivelfabriek aan de Melkkade
Ansichtkaart van de stoomzuivelfabriek aan de Melkkade in Coevorden

De eerste fabrieken

Het was de tijd van de stoomtram en het turfschip. De infrastructuur was slecht te noemen. Maar toen eenmaal rond 1905 Coevorden per schip, tram en trein bereikbaar was, kwamen ook meteen de fabrieken in de stad. De drie eersten waren Stoomzuivelfabriek Coevorden, de Coöperatieve aardappelmeelfabriek de Centrale en de Drentsch Overijsselse Houthandel.

Ansichtkaart van de Aardappelmeelfabriek de Centrale in 1940
Ansichtkaart van de aardappelmeelfabriek de Centrale in Coevorden in 1940

Daarna kwamen nog een export-slachterij, de scheepswerf De Klop en een Strokartonfabriek. De strokartonfabriek ging snel ter ziele in 1915, maar in 1926 zag het gemeentebestuur van Coevorden kans een Duitse strokartonfabriek vanuit Emlichheim naar Coevorden te halen. Deze fabriek kennen we nog steeds onder de naam Hollandia, en nu Triton.

Kartonfabriek Hollandia met bruggetje 1910
Ansichtkaart van de kartonfabriek Hollandia in Coevorden in 1910 met op de voorgrond een bruggetje

Bevolkingstoename

Het gevolg van de eerste industrialisatiegolf in Coevorden was een voor die tijd enorme toename van de bevolking. In 1920 was de bevolking nagenoeg verdubbeld, van 3545 in 1900 tot 6483 in 1920. Het is ook in deze tijd geweest dat, sinds 1908, de stichting De Eendracht begon met het bouwen van goede en betaalbare woningen. Dat was in de Eendrachtstraat, dus eigenlijk buiten de oude stad. Heel interessant is ook dat in deze tijd de Rijks Hoogere Burgerschool, het Rijks-postkantoor en het Aleida Kramer Ziekenhuis er kwamen.

Rijks Hogere Burgerschool 1915
Rijks Hogere Burgerschool aan de Churchillaan in 1915

Groei en Vooruitgang

De jaren voor de eerste Wereldoorlog waren voor Coevorden duidelijk jaren van groei en vooruitgang. Er kwamen een pettenfabriek, een zeepfabriek, twee scheepstimmerwerven en een turfstrooiselfabriek. In 1916 kwam er een tweede turfstrooiselfabriek bij en de stoomwasserij werd omgezet in een drijfriemenfabriek. Ook vestigden zich in de stad een chemische ververij, een wasserijververij die we nu kennen onder de naam Gortworst en de fabriek voor machinale houtbewerking van A. Eppink en Zonen.

Turfstrooiselfabriek de Baat
Turfstrooiselfabriek de Baat in Coevorden

Tentoonstelling

 Het lag in de lijn van deze ontwikkeling dat in 1907 de Coevorder Handelsvereniging werd opgericht. Deze ging in datzelfde jaar van start met een grote landbouw -landbouwtentoonstelling, waar op 4 juli Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik op bezoek kwamen. Ook kwam er nog een nijverheidstentoonstelling die een groot succes werd. De eerste twee dagen waren er meer dan 2000 betalende bezoekers terwijl er voor meer dan 3000 gulden op de beurs verkocht werd. De Coevorder Handelsvereniging zorgde onder meer voor een Credietbank en uitbreiding van het marktwezen. In 1907 kreeg Coevorden er een groente- en kippenmarkt bij.

Eigen Kamer van Koophandel

Op het gemeentehuis ontdekte men de telefoon pas negen jaar later! Het was niet zo verwonderlijk dat in die tijd één der grootste hotels in Drenthe juist in Coevorden stond. Dat was hotel Baving. Ondertussen exporteerde slager J. van Coevorden vlees rechtstreeks naar Engeland en kregen winkels in de Bentheimerstraat nieuwe puien. Maar een bestuurslid van de Coevorder Kamer van Koophandel merkte op dat: “De winkels zo eenzijdig ontwikkelden waardoor een grote concurrentie kwam”.

Er waren veel leuke bedrijven in die tijd. Coevorden kende ook een fabriek die frontjes en sportfronts maakte, vooral voor de export naar Duitsland en België. Maar als men per tram via Slagharen naar Hoogeveen reed miste men vaak de aansluiting daar omdat de tram onderweg steeds stopte om allerlei pakjes en melkbussen op te nemen! Er zijn natuurlijk uit die jaren voor de Eerste Wereldoorlog nog meer bedrijven te noemen. Maar verscheidene van die bedrijven zijn later weer uit Coevorden verdwenen zoals de Aardappelmeelfabriek die van 1908 tot 1964 hier gedraaid heeft.

Wat weinigen weten is dat Coevorden in die tijd ook een eigen Kamer van Koophandel had. Van 1901 tot 1922 was deze zelfstandige kamer actief om daarna te worden ondergebracht, eerst bij de Kamer van Koophandel te Zwolle, daarna, in 1942, bij de Kamer van Koophandel Fabrieken voor Drenthe. Op de eerste vergadering van de eigen Kamer van Koophandel werden twee commissies ingesteld en een derde was in wording.
Geen gek resultaat voor een eerste vergadering.

De eerste commissie moest onderzoeken hoe het zat met de vrachtprijzen van de Dedemsvaartse stoomtramweg die onbillijk genoemd werden. De tweede commissie ging onderzoeken of de uren van openstelling van het Post-en Telegraafkantoor veranderd konden worden. De derde commissie zou gaan bekijken of er statiegeld voor emballage als kisten, zakken en wat dies meer zij ingesteld kon worden. De laatste vergadering van de eigen Kamer van Koophandel in 1922 werd besloten met de instelling van een commissie voor aansluiting bij de IJsselcentrale.

Als je zo die tijd voor de Eerste Wereldoorlog over ziet, dan moet je constateren dat men in Coevorden heus wel vooruitstrevend was en de stad wilde ontwikkelen. Maar de uitbreiding van woningbouw en de vestiging van nieuwe industrieën werd onder meer belemmerd door het feit dat het Rijk, dat binnen de wallen veel grond bezat en nog steeds enkele stukken bezit “nog niet ten verkoop presenteerde”. Wel werd het voormalige Arsenaal, dat overbodig was geworden omdat Coevorden geen vestingstad meer was en geen garnizoen meer in de stad huisvestte, in 1902 verkocht aan G.H.J. Scholten en G. Benes Jz, die er een Stoom-Lijnkoeken-en Lijnmeelfabriek in vestigden. In dat jaar kwam de Gasfabriek in handen van de heren Thyssen en Vos. Ondertussen voerde M.J. Danneboom & Zonen boter aan vanuit Siberië!

Het Arsenaal aan de Haven
Het Arsenaal aan de Haven in Coevorden

Andere zeer belangrijke zaken waren het omzetten van de vestiging van het correspondentschap 3e klasse der Nederlandse Bank in dat der 1e klasse.
In 1906 werd Coevorden aangesloten op het telefoonnet.

Stagnatie

Dan komt de oorlog 1914-1918. De industriële ontwikkeling van Coevorden lag meteen stil. De grens was potdicht dus van enige handel met onze oosterburen was nauwelijks sprake. Weliswaar floreerde in de moerassige grensstreek de smokkelhandel, maar daar had je als ordentelijk burger weinig of niets mee te maken. De paardenmarkten werden verboden omdat de militaire autoriteiten nagenoeg alle paarden, die niet ergens beslist noodzakelijk waren, hadden gevorderd. Er mocht geen zeep uitgevoerd worden, de stad herbergde Franse vluchtelingen en tot overmaat van ramp heerste er op een gegeven moment ook nog de Spaanse griep.

Grenskantoor grensovergang Esschenbruggerdijk
Grenskantoor grensovergang Esschenbruggerdijk

De gemeente Coevorden ondernam nu zelf enkele initiatieven. Zo werd in de Eerste Wereldoorlog besloten tot de aanleg van een drinkwaterleiding. Wie de beschrijvingen van de kwaliteit van het drinkwater uit de veenputten en de grachten leest, weet dat hier zeker sprake was van een zeer grote vooruitgang.

Eind 1917 kwam ook de Postcheque- en Girodienst in de stad met een inleggeld van 10 cents! Dat lijkt niet veel, maar voor sommige zakenlui in Coevorden was dit bedrag nog te hoog. In 1922-1923 werd er door de IJsselcentrale ook elektriciteit geleverd, iets wat aanleiding gaf tot flink geharrewar met de Gasfabriek, die voor de gasverlichting in de stad zorgde. Uiteindelijk won de elektriciteit.

Picardtlaan watertoren
De watertoren aan de Dr. Picardtlaan

Crisisjaren en oorlog

Er kwamen tegenslagen. Nauwelijks hadden de Nederlandse Spoorwegen hier een locomotievenpost opgericht of de zaak verdween al weer.
In 1926-1927 ging de zo zorgvuldig gekoesterde Credietbank van de Handelsvereniging failliet. De Handelsvereniging zelf werd door de sterke verzuiling in het interbellum als het ware in drieën gesplitst, eerst kwam er in 1922 een Christelijke Middenstandsvereniging bij terwijl in 1930 ook een Rooms Katholieke Middenstandsvereniging werd opgericht. Bij de nijverheidstentoonstelling bij de Zuidenveld landbouwtentoonstelling in 1934 werd er gelukkig weer samengewerkt. Maar dit was gelijk de laatste grote tentoonstelling voor de Tweede Wereldoorlog. Pas in 1947 kwam er weer een grote tentoonstelling, in 1949 weer één. Bij de laatste waren maar liefst 173 stands!

In de crisisjaren was er in Coevorden een enorme werkloosheid. De daarop volgende oorlogsjaren gaven een totale ontwrichting van de economische bedrijvigheid te zien, niet in het minst door de deportatie van de Joodse stadsbewoners, waarmee vijftien Joodse middenstandsbedrijven verdwenen. De oorlogshandelingen bij de bevrijding gaven ook grote schade maar de wederopbouw begon.

Na-oorlogs herstel

Vanaf 1947 zat Coevorden weer in de lift. In dat jaar waren er 9 industriële bedrijven in de stad met 351 werknemers, in 1968 34 met 1700 werknemers (waaronder ook veel vrouwen). Een enorme vooruitgang.

Na de Tweede Wereldoorlog maakte de Nederlandse economie een snelle expansie door. Oorzaken hiervan waren de gunstige conjunctuur, de omvangrijke inhaalvraag en de lage arbeidskosten. Hierdoor ontstond er een grote investeringsgelegenheid.
Door de mechanisatie, automatisering en schaalvergroting kwam er een grote verandering in het productieproces.
Zuid-Oost Drenthe was in die tijd sterk georiënteerd op de landbouw. De aanwezige industrie verwerkte de landbouwproducten.

Door de sterke mechanisatie moesten er arbeidsplaatsen gecreëerd worden in de industrie en dienstensector. Maar hier in deze streek waren de ontwikkelingsmogelijkheden volstrekt niet aanwezig. Het was vrij logisch dat de regering voor het probleemgebied Zuid-Oost Drenthe wat deed. In 1953 kwam de premieregeling “Bevordering industrievestiging kerngemeenten”. Deze regeling gold echter wel voor onder andere Emmen, maar niet voor Coevorden. Dat er zich toch bedrijven in Coevorden vestigden kwam voornamelijk door andere factoren zoals de ligging aan de Duitse grens en de ruime arbeidsmarkt.

Wel profiteerde Coevorden enigszins mee van het ontwikkelingsplan Zuid-Oost Drenthe uit 1950, waardoor de verkeersverbindingen verbeterd werden, het waterleidingnet uitgebreid werd, industrieterreinen aangelegd konden worden en de turfwinning gerationaliseerd.
Dit alles werd mogelijk dankzij de Marshall-gelden.

Toch ging het in de eerste na-oorlogse jaren slecht in Coevorden. Er was een chronische werkloosheid en veel burgers trokken weg. Niet alleen naar het Westen maar ook zijn er velen in die tijd geëmigreerd. En zij die wegtrokken waren beslist niet de minsten. Veel verwachtte men ook van de tweede nota inzake de industrialisatie uit 1950. Hiermee wilde de regering industrievestiging buiten het westen van het land aantrekkelijk maken.
Ook moest buiten dat Westen het sociale vestigingsklimaat verbeterd worden terwijl de bevolking industrierijp gemaakt diende te worden door vakscholing, maatschappelijk werk en bevordering van de mobiliteit. Jammer evenwel hierbij was dat de regering nauwelijks of geen aandacht schonk aan de specifieke probleem in de regio`s, maar op deze manier de algemene problematiek van werkloosheid en overmatige groei in de Randstad trachtte op te lossen.

Toch nam in Coevorden het aantal industriële bedrijven toe. In 1982 telde Coevorden reeds 30 industriële bedrijven waar tien of meer mensen werkten. Het aantal grote bedrijven nam toe. Een verheugend iets. In 1950 waren dat er nog slechts 12. Coevorden moet het zelf doen.

Coevorden greep er weer naast toen in 1951, het kader van het regionaal industrialisatiebeleid, Zuid-Oost Drenthe en Noord-Overijssel tot probleemgebieden werden verklaard. De regering wees namelijk wel Emmen, Hardenberg en Hoogeveen aan als ontwikkelingskernen, maar niet Coevorden. En terwijl die andere gemeenten door allerlei stimulerende maatregelen aan arbeidsplaatsen werden geholpen, moest Coevorden het alleen doen. Een gevolg was een aanhoudend vertrekoverschot en een steeds verdergaande afbrokkeling van het verzorgingsgebied van de stad.

Maar Coevorden bouwde in deze tijd toch de bejaardencentra De Schutse en Sint Franciscus. De Europaweg, een moderne verkeersweg, kwam er en op de vernieuwde Pampert verrees een voor die tijd unieke sportaccommodatie, de Jhr. Mr. Feithhal en er kwam een modern zwembad. 

Jhr. Mr. Feithhal aan de Sportlaan op de Pampert
Jhr. Mr. Feithhal aan de Sportlaan op Sportpark de Pampert

Na de turf, olie en gas

Een zeer belangrijke stimulans voor de economie in Coevorden waren de olie -en gasvondsten. Drenthe had eeuwenlang turf geleverd aan het westen, nu gebeurde dat met de olie en het gas! Coevorden was in 1951 de eerste Nederlandse gemeente die aangesloten werd op het aardgasnet. Er kwam nu ook meer werkgelegenheid, zowel directie voor de NAM als indirecte. Er kwam toeleveringsbedrijven naar Coevorden en eigenlijk kun je stellen dat vanaf dat moment de industrialisatie van Coevorden pas goed op gang komt.

Gas of olietoren de Scheere
Ansichtkaart van de Gas of olietoren de Scheere in Coevorden

Coevorden industrialiseert

In 1959 werd Coevorden in het kader van het industriële kernbeleid van de centrale overheid aangewezen als zogenaamde secundaire industriekern. Dit betekende onder meer het van toepassing worden van subsidieregeling bij vestiging. Later werd de premie op investeringen in vaste activa ook gegeven bij uitbreiding van bestaande bedrijven en eveneens op vestiging en uitbreiding van zogenaamde stuwende dienstverlenende bedrijven.
Ook het regionaal industrialisatiebeleid werd herzien en nu kreeg ook Coevorden speciale voorzieningen. Nieuwe bedrijven kregen een vestigingspremie en een speciale reductie op de kosten van de bouwgrond.

Keerpunt

Nu was het grote keerpunt voor Coevorden bereikt. Onder leiding van burgemeester doctorandus P.A. Wolters werden de industrieterreinen de Holwert en Leeuwerikenveld ontwikkeld en werd er begonnen met het volbouwen door allerlei industrieën. Niet elke industrie was een blijvertje, zoals de Davo-haardenfabriek die voor een knaller zorgde door een reusachtige stuk grond te kopen maar vier jaar later, in 1965, voor een nog grotere knaller door failliet te gaan. Dat Coevorden minder kwetsbaar was geworden op de arbeidsmarkt bleek toen uit het feit dat de ontslagen werknemers door nieuwe vestigingen en uitbreidingen konden worden opgevangen.

Ontwikkelingskernen zeer belangrijk, want juist in deze tijd vertoonde in het Westen van het land de arbeidsmarkt tekenen van verkrapping. Er moesten dus meer mensen hier ter plaatse en in de regio worden opgevangen. En dat kon nu.

Burgermeester P A Wolters
Burgermeester P. A. Wolters

Mijlpaal

In 1961 werd een mijlpaal bereikt. Voor het eerst in de geschiedenis telde de stad meer dan 10.000 inwoners. In die tijd begon de bouwmachine van De Eendracht pas goed te draaien. En op 12 november 1962 werden er voor het eerst sinds lange tijd op initiatief van de heer Hemmo Kranenborg weer ganzen door de straten van Coevorden gejaagd. Vandaag, 9 november 1992, gebeurde het al weer voor de 31e keer! Voor Coevorden brak dus een nieuwe fase aan. Maar daarover een volgende keer meer.

Anerveen/Coevorden

Doctorandus H. Roest.

Ganzen en ganzenhoedsters komen aan op de Markt
Ganzen en ganzenhoedsters komen aan op de Markt