Tab Gemeente Coevorden
Terug naar zoeken
Vakschool voor meisjes 1945

Coevorden, mijn jeugd; Doctor M.J. Faber

Type:
Collectie
Kern:
Coevorden
Kenmerken:
Gebeurtenis
Periode:
Na-oorlogse periode tot 1997

Speech van de heer doctor M.J. Faber, secretaris Interkerkelijk Vredesberaad

Dames, heren,

Ik had mij voorgenomen om dit praatje in het Drents te doen, of eigenlijk nog liever in het Coevordens. Er is echter een probleem. Ik heb wat geoefend in de trein van Zwolle hier naar toe en daar bleek mij dat niemand begreep waar ik het over had. De enige gevolgen waren dat de trein twintig minuten vertraging had voordat ik hier was en dat ik op den duur ook zelf niet meer begreep waar ik eigenlijk over sprak. Dat betekent dat ik het toch maar doe in het Nederlands, met een oude Drentse tongval van weleer.

Eerste herinnering

Coevorden, mijn jeugd. Ik heb ruim 18 jaar in Coevorden gewoond, van december 1940 af tot in 1959. Echter met een onderbreking van ongeveer een jaar. En dat was een onderbreking in het laatste oorlogsjaar. Coevorden had een NSB-burgemeester gekregen, en mij vader werkte hier op het gemeentehuis, vanaf 1936 tot aan zijn pensioen en dat was in 1972, 1974, en die vertikte het onder een NSB-burgemeester te werken en die hield er daarom mee op. Vervolgens meenden de Duitsers en NSB-ers dat het dan ook geen pas meer gaf dat wij in ons huis, van der Lelysingel 25, bleven wonen, dus dat we daar ook uit moesten. Mijn allereerste herinnering, ik was toen drie jaar oud denk ik stamt uit die tijd. Ik zie daar het beeld nog voor me dat ik samen met mijn moeder en mijn zusje en broertje, wij verschillen allemaal een jaar, ergens buiten Coevorden in Zwinderen op zoek waren naar onderdak. Bij boeren daar, om te kijken of ze ons konden hebben voordat we weer verder gingen. Dat is het allereerste beeld wat mij voor ogen staat van Coevorden.

Tanks op de Markt
Tanks op de Markt tijdens de bevrijding

Tweede herinnering

Mijn vader zwierf her en der rond en deed allemaal dingen die de Duitsers niet aanstonden en hem zagen we dus haast niet in die tijd. Mijn tweede herinnering stamt van vlak na de bevrijding, ook hier in Coevorden. Dat heeft iets te maken met militaire wagens, met Canadezen, met wittebrood en met veel vreugde, maar ook nog met iets anders. Toen wij terugkwamen in ons eigen huis aan de Lelysingel misten er nogal wat dingen. Het was een jong gezin, er waren inmiddels vier kinderen, en er miste een kinderwagen, een ledikantje, en al dat soort dingen. Toen zei mijn moeder op een goede dag, kom we gaan onze spullen terughalen. Ze nam me aan de hand mee en dan gingen we langs huizen van NSB’ers, en dan zei ze: “kijk daar staat de wagen” dan haalden we de wagen terug. Zo kregen we onze spullen weer thuis. Het gekke is dat je dat nooit vergeet en dat je ook weet wie die mensen waren en waar ze woonden. Dat soort dingen dat houd je bij je. Goed, je noemt het nooit meer, maar je houdt dat beeld bij je. Als ik nog ooit een keer in handen van een psychiater val dan zal hij zonder enige twijfel zeggen, Ja, dit is nu precies de reden waarom jij bij het IKV (Interkerkelijk Vredesberaad) werkt. Die ervaring. Maar zover ben ik gelukkig nog niet.

Cocks

Coevorden mijn jeugd. Eind jaren veertig, begin jaren vijftig. Alles was erg overzichtelijk toen. Ik kom uit wat genoemd wordt een goed gereformeerd gezin, we werden nageroepen op straat, “Cocksen” heetten we. Relus roept dat nog wel eens een keer als ik ergens een spreekbeurt heb in het land. Dan roept hij dat het van Hendrik de Cock is, veel meer kan hij er niet bij bedenken, maar dat geeft ook niet. Wij waren Cocks, het was een erenaam, hoe langer je hem droeg hoe mooier die werd. Je vader is ouderling, je ouders zitten beiden in het zangkoor van de kerk en ’s zondags ga je twee keer ter kerke. De gereformeerde kerk aan de Van Heutszsingel, ’s morgens om tien uur en ’s middags om drie uur. Maar dan is het nog niet afgelopen, want ’s middags om half vijf als de kerk dan uitkomt dan ga je met de leeftijdsgenootjes naar de knapenvereniging. Dat duurt van half vijf tot half 6 à 6 uur. Die knapenvereniging daar leer je spreekbeurten houden. Daar leer je dus vrij te spreken. Je moest het nu eens aan je kinderen vragen of ze zo’n dag zouden willen meemaken. ’s Morgens naar de kerk, ’s middags naar de kerk en dan nog naar de knapenvereniging. Maar je leerde wat, je leerde zonder enige twijfel een heleboel dingen die je later in je leven meenam. De enige onderbreking uit de kerkelijke gang die ik mij herinner van die jaren was dat mijn broertje en ik zondagsmiddags om drie uur in de kerk moesten zijn en we ervoor zorgden dat we precies om half 3 nog op de Pampert waren bij het veld van Germanicus. We konden dan net het eerste kwartier van de wedstrijd meemaken en daarna gingen we in looppas naar de kerk en kwamen net op tijd. Mijn vader was daar niet enthousiast over in die tijd.

Lagere school

Je zat op de gereformeerde lagere school, op de Paul Krugerschool, en je leerde wie dat was: Paul Kruger. Alleen leerde je niet over zwart en over blank en over racisme of over apartheid en je leerde ook over de boeren en Engelsen en de gevechten die daar toen gevoerd werden zo rond de eeuwwisseling. Het was echt een andere tijd. Zoals ik al zeg, alles stond op z’n plaats. Onze grootste vijanden, en dan praat ik even over onze gereformeerde lagere school, die zaten op de Rooms Katholieke school, over het spoor. Dat was ongeveer het ergste wat je je kon voorstellen. Daar maakte je dan ook plannen voor om daar tegen te gaan vechten. Voetballen was dan een aanleiding om elkaar echt eens een keer goed in de haren te vliegen. De rest was vrij neutraal. Je wist wat het was, de Parkschool, die was voor de heidenen, maar voor de heidenen van goeden doen, al hoorde ik net dat Relus er ook op heeft gezeten. De Wilhelminaschool die was voor het proletariaat.

Inkopen

Daar kwam het Tuindorp, dat ging naar de Wilhelminaschool. Je deed je inkopen bij gereformeerde winkeliers, je schoenen kocht je bij Petstra, die in die jaren de hele stad begon te veroveren. Je kolen die kocht je bij Spijkman, dat was ook een gereformeerd iemand en je vlees kocht je in de Stationsstraat bij Dijkstra. Niet bij slager Schutte in de Kerkstraat, ofschoon die goedkoper was en bovendien twee jongens had, Freek en Egbert, die zeer goed konden voetballen. Dus je kocht eigenlijk veel liever daar. Alles stond op z’n plaats. De gereformeerde bevolkingsgroep rustte echt op een aantal hele sterke persoonlijkheden. Meester Heis, een naam die aan Coevorden verbonden is en jarenlang hoofd van de Paul Krugerschool was. Iedereen had ook bij hem in de klas gezeten, dus hij kende ook werkelijk alles van alle mensen. Zeer betrouwbaar. De grossier Feijen, met z’n grossierbedrijf aan de haven was ook zo’n steunpilaar van de gereformeerden, en een naam in de raad, ASR, evenals Langemaat die fractieleider was in die tijd. Het waren figuren waar je op bouwde. Toch was je niet alleen maar gereformeerd in dit plaatsje: je was ook Coevordenaar.

Lelysingel

Ik heb mij altijd verbonden gevoeld en de groep waarin je zat voelde zich ook verbonden met de opbouw van Coevorden na de 2e wereldoorlog. Een aantal jaren na de oorlog was er de enorme brand van de Vakschool. Wij woonden op de Lelysingel, maar mochten er niet eens naar kijken, we moesten allemaal naar de keuken toe. De vlammen schoten omhoog, een vuurzee was het. Het was zo rond de jaren vijftig en hiermee begon als het ware de druk om Coevorden op te bouwen. We zongen dat ook: “Coevorden bouwt op”, er was een liedje van gemaakt, en iedereen zong het. Je wist wat je was en je wist waarheen je wilde. Je had op die leeftijd, ik bedoel als je zo rond de tien jaar bent, zekerheden nodig en die kreeg je in overvloed. Alles stond in zekere zin vast. Maar toch, ondanks al die zekerheden leefde je niet in een afgesloten wereld, een soort gereformeerd isolement. Dat was bepaald niet het geval. Mijn vader zat midden in het verenigingsleven, was hier op de gemeentesecretarie hoofd van de afdeling Financiën en Onderwijs en militaire zaken deed hij er geloof ik nog bij. Je hoorde en leerde nogal eens wat van hem maar er waren ook hele alledaagse redenen waarom je je niet in je eigen milieu op kon sluiten of je kon verliezen. Een alledaagse reden was bijvoorbeeld dit: De Lelysingel was een leefbare buurt. Ik weet niet hoe het nu is maar ik vergelijk het wel eens met waar ik dan nu woon in Den Haag, waar je je buren niet kent. Nu, dat was op de Lelysingel volstrekt ondenkbaar. Wij woonden daar, en rechts van ons woonde Huisman, een leraar van de Christelijke HBS, een hele verlegen, maar buitengewoon integere en aardige man, waar je nogal eens wat wijsheid van op kon doen. Links van ons woonde, hij is al vaker genoemd vanmiddag, de heer Hemel, Rooms Katholiek, onze vijand nummer één maar alleraardigst en allervriendelijkst, altijd bereid tot een praatje en een bezoekje. Een man waar we ook altijd de grootste lol mee hadden omdat hij de h niet op de goede plaats kon zetten. Hij stelde zich altijd voor als Emel en sprak altijd de hengelen in de emel. En wij riepen hem dat dan na, en hij vond dat enig. Dat hoorde erbij. Je leefde ook niet in een gesloten milieu, ook al omdat je maar beperkte mogelijkheden had, in die tijd in Coevorden. Je was in zekere zin voorbestemd, je doorliep de lagere school, en dan ging je eigenlijk automatisch, als je kon leren, naar de ULO (Uitgebreid Lager Onderwijs). Maar als je wat meer mogelijkheden had, zeker in die tijd, dan zou je eigenlijk naar de HBS moeten maar als gereformeerde ga je niet naar de Rijks HBS. Althans toendertijd deed je dat niet. Maar wat moet je dan, dan zit je een beetje vast. Ik was toen een van de eersten die een kans kreeg om naar Emmen te gaan, naar het Christelijk Lyceum, dat toen net was opgericht, en waarvan mijn vader curator was.

Monument Meindert van der Thijnen
Monument Meindert van der Thijnen en het ontzet van Coevorden 1672 in het van Heutszpark

Geschiedenis

En dan zwerf je uit. Dan breekt de wereld open. Maar er waren nog andere dingen die ik speciaal hier wil benadrukken waarom Coevorden voor mij geen gesloten gemeenschap is. En waarom ik het belangrijk vindt om in Coevorden opgegroeid te zijn, daar mijn jeugd te hebben doorgebracht. Coevorden heeft namelijk geschiedenis, maar dat hoef je hier in dit gezelschap niet te zeggen. Maar je ziet het, de stad ademt geschiedenis. En ademde geschiedenis, ook in die tijd. Als je in het park liep dan kwam je Meindert van der Thijnen tegen, je hoorde daar ook op school van en je hoorde er thuis van: dat was dat verhaal met die biezen matten: geschiedenis uit de 17e eeuw. En je zag inderdaad dat bronzen beeld, dat kopstuk van Van Heutsz, en je vroeg je af, waarom staat dat hier. Er ontstond een situatie, vooral in de tijd dat de Nieuw Guinea-crisis speelde, dat hier scholieren van de Rijks HBS wij konden er dus niet aan meedoen) aan het protesteren waren tegen het feit dat dat beeld daar stond dat de geschiedenis oprakelde. Wat had Van Heutsz daar gedaan rond de eeuwwisseling? En je zat op de Paul Krugerschool, dus je kreeg een stuk geschiedenis mee want wat had die Paul Kruger nou met jou school te maken en met Coevorden? En je wist van het Alte Picardiekanaal. En je vroeg je dus af, wie is dat nou, die Picardt? De stad ademde geschiedenis en die was zichtbaar aanwezig. Ik denk dat dat een uitermate belangrijk iets is voor een levende stad, namelijk dat die haar geschiedenis zichtbaar maakt en verder draagt.

Grens

En het tweede punt dat ik zou willen noemen dat van belang is, is dat Coevorden een stad op de grens is, een perifere stad, een randstad. En dat is van belang omdat je daarmee als het ware grenst aan twee werelden. Je hebt altijd het gevoel hier: buiten gebeurt wat. Je hoeft maar de Bentheimerstraat uit te gaan, de brug over, dan de Eendrachtstraat door: daarachter lag Duitsland. Het was je, althans in mijn geval, met de paplepel ingegoten dat de Duitsers uit die richting kwamen. Meester Heis had ze al gesignaleerd, samen met zijn zonen. Die was gaan vertellen: ze zijn hier, ze zijn in Coevorden. Ik kan me nog goed herinneren dat na de oorlog in de loop van de jaren 40 ik voor de eerste keer met mijn vader de grens over ging fietsen, Duitsland in, en dat dat een heel spannend gebeuren was. Dat die grens open was, want je had het gevoel: het is voorgoed gesloten daar. En je zag daar dat spoorlijntje liggen in de richting van Emlichheim, en aanvankelijk lag het verlaten. Er gebeurde niets, tot op een gegeven moment, ik weet niet meer wanneer het was, ik denk ergens begin van de jaren 50, toen dat spoorlijntje weer open ging. En iedereen vroeg zich af waarom. Aan de ene kant was het goed, de verbinding met de buitenwereld gaat open, en aan de andere kant dachten mensen ja, maar waarom is dat nou precies, wat wordt daar langs vervoerd en waarom is het nodig. En sommige fluisterden: het zal wel om militaire redenen zijn.

Boemeltrein op perron station Coevorden 1965
Boemeltrein (DE2) op perron station Coevorden circa 1965

Vredesstad

Je merkt nu dat Coevorden nog steeds een perifere stad is en vanuit Coevorden de relatie met het buitenland gezocht wordt, overigens ook in militaire zin. Ik kwam er met de trein langs, het is lang geleden dat ik in de trein zat, je komt van Gramsbergen naar Coevorden en je ziet dan het NAVO (Noord-Atlantische Verdragsorgansiatie)-depot liggen. Dan denk ik, ja, het is perifeer. Daar liggen ze altijd, aan de grens, zodat ze snel vervoerd kunnen worden mocht het nodig zijn. Ik zou u eigenlijk nu iets willen meegeven, namelijk dat u zich met mij realiseert dat het een voorrecht is om in een perifere stad te wonen. Omdat dat een stad is die toevallig, nou ja toevallig, misschien helemaal niet toevallig, geschiedenis heeft. Als je aan de grens woont ben je een product van geschiedenis, je komt er snel mee in aanraking, die geschiedenis leeft, die kan dus ook je toekomst maken en je moet dat ook willen. Je ziet dat Coevorden een rol heeft op het gebied van de veiligheidspolitiek. Want er is hier lang gediscussieerd en ook in Den Haag lang gediscussieerd over Coevorden, moet het hier gebeuren, of moet het elders gebeuren. Nee, Coevorden was een plaats waar ook de Nederlanders veiligheid en de veiligheid van het NAVO-bondgenootschap op een of andere manier tot uitdrukking gebracht moest worden via een opslagplaats. Vraag: Zal Coevorden ook een Vredesstad kunnen zijn? Het gaat toch om de veiligheid van velen. Onder vredesstad zou je bijvoorbeeld kunnen verstaan dat ook Coevorden initiatieven neemt zoals Nederland dat ook in de Europese Gemeenschap heeft gedaan.

Zou Coevorden ook de initiatieven kunnen nemen naar Oost-Europa? Om bijvoorbeeld met een stad uit Oost-Europa een vredesverbond aan te gaan zoals dat zoveel gebeurt. Mocht u daar interesse voor hebben, en ik zeg dat vooral in de richting van het gemeentebestuur: “Het IKV is altijd bereid om te adviseren”. Ik wens Coevorden het allerbeste. Ik vind het een heerlijke stad en ik kom er graag. Als ik maar in de buurt ben dan rijd ik er altijd doorheen om even te kijken. Ik feliciteer de Picardtclub met zijn bestaan en het feit dat ze de geschiedenis van Coevorden in ere houdt. Leve Coevorden!