Tab Gemeente Coevorden
Terug naar zoeken
Voorblad van de picardtreeks 31

Coevorden als Poortwachter van Europa

Type:
Collectie
Kern:
Coevorden
Kenmerken:
Gebeurtenis
Periode:
Na-oorlogse periode tot 1997

door Bert Middel, Picardtreeks 31

Geachte assessoren, mijnheer de Slotvoogd, Dames en Heren,

Voor mij is het een eer om hier een voordracht te mogen houden. Ik zeg dit niet alleen uit hoffelijkheid, maar ik meen het ook. Tussen de prins en de professor. Tussen de geschiedenis en de toekomst. Vorig jaar was ik al met een uitnodiging vereerd, maar terwijl u hier bijeen was, zat ik bij de Verenigde Naties in New York. Dat was trouwens ook leuk. Het onderwerp destijds de gemeentelijke herindeling en het is maar goed dat ik daar niets over gezegd heb. Want achteraf bleek dat het goed af zou lopen… althans voor Coevorden. Groot-Coevorden, excuses: de gemeente Zuidenveld, ofwel in het bestuurlijke jargon “gemeente zes”, komt eraan. Eindelijk gerechtigheid dus. Daar komt bij dat de naam van professor Prakke verbonden is met de Picardtclub.

Professor Prakke

Nu was Prakke de man van “het Drents Genootschap”, ofwel de Culturele Raad van Drenthe, waarvan ik jarenlang voorzitter ben geweest. Het Drents Genootschap is een paar jaar geleden tegen alle adviezen van verstandige mensen in door de Drentse staten opgedoekt en opgegaan in het Kunst- en Cultuur Instituut Drenthe. Politiek maakt soms meer kapot dan je lief is en zo ook deze keer. Maar het inzicht in de Statenzaal is voortgeschreden; men keert weer op zijn schreden terug en het wanstaltige Drents Cultuurinstituut wordt ontmanteld. Het heeft al met al veel geld, veel persoonlijk leed en onnoemelijk veel ergernis gekost. De Drentse politiek heeft zichzelf met dit gedoe een brevet van onvermogen gegeven en dat stemt mij niet vrolijk.

Professor Prakke
Professor Prakke

Volgens het programma van vandaag moet ik spreken over Zuid-Oost Drenthe en de Grafschaft Bentheim in het licht van Europa. Daar kun je dus alle kanten mee uit en dat doe ik dan ook in het kwartier dat ik mag vullen. Laat ik beginnen met Coevorden, want daar begint en eindigt alles. Tenminste vanmiddag. Stad van Van Heutsz, Mient Jan Faber en onze eigen Relus ter Beek. Als ik om functionele redenen naar Coevorden kom, overkomen mij steevast drie dingen: de immer geestdriftige en blijmoedige burgemeester toont eerst een treinspoor. Geen gewoon treinspoor, maar niets minder dan de Bentheimer Eisenbahn, via welke je in een mum van tijd in Moskou kunt komen. Nederlands Eerste Echte Hoge Snelheidslijn met Coevorden als Poortwachter van Europa, waarmee de historie recht wordt gedaan. Dat Coevorden bij uitstek geschikt is als transportoverslagplaats wordt vervolgens duidelijk als een transportbedrijf wordt bezocht, waar tal van identieke containers te zien zijn. Dat is ook mooi. Tenslotte wordt er een autoritje gemaakt. Als je net zit moet je er al weer uit en volgt de opgewekte mededeling: “Dit is Duitsland”. Goed dat het gezegd wordt, want het is aan de buitenkant inderdaad niet te zien. Tot zover Coevorden.

De drie Podagristen

Mijn vraag aan u is of u weet wat podagristen zijn. Podagristen zijn geen afgescheidenen van een bevindelijke christelijke groepering, maar voetjichtlijders. Het verhaal wil dat lang geleden een drietal podagristen van Assen naar Bentheim liep, om daar heilzame werking van natuurlijke bronnen te ondergaan. Achteraf bleek het als volgt: Ken je het verhaal van de drie die naar Bentheim gingen. Ze gingen niet. Waar of niet waar, in ieder geval werd in de jaren negentig van deze eeuw een Podagristentocht georganiseerd: Assen-Bentheim-Assen, ofwel 300 kilometer achter elkaar op de racefiets. Echt iets voor mij. Je denkt dat je nog jong bent en dus wil je wat. Het was op een bloedhete zondag in juli 1991 dat ik welgemoed in een kopgroepje Bentheim binnenreed om het keerpunt terug naar Drenthe te nemen. Maar…. middenin Bentheim, op een helling, bleek de straat met vreselijke keien geplaveid te zijn. In wielertermen noemen wij dat kasseien.

Deze “Hel van Bentheim” kostte mijn twee spaken in het achterwiel en een fietsenmaker was er niet. Zwabberend en zwalkend op de fiets kwam ik in de namiddag in Assen terug. Twee dingen heb ik eraan overgehouden: een lichte zonnesteek en een uitgesproken opvatting over Bentheim. Mijn familie moest ik beloven nooit weer op de fiets te gaan naar Bentheim. Dat kostte mij geen moeite. Sterker nog, ik ben nooit naar Bentheim teruggekeerd.

Beeld van de drie podagristen in Coevorden
Beeld van de drie podagristen in Coevorden

Bentheim

Nu kende ik Bentheim wel een beetje. Het toeval wil dat ik acht jaar gemeenteraadslid van Assen ben geweest. Assen had een stedenband, een uitwisseling met Bentheim. Met een mooi woord werd dat jumelage genoemd. Het was in de beginjaren tachtig en het besef was nog niet alom doorgedrongen dat zo’n jumelage onzin is. Want als je iets wil doen aan uitwisseling, doe dat met plaatsen die er wat aan hebben, bijvoorbeeld in het voormalige Oostblok. Later is dit ook gebeurd. Bentheim moest verder zonder Assen.

Nu was en is Assen, zoals u weet, een grote stad in de Drentse verhoudingen, maar naar eigen inzicht nog lang niet groot genoeg, en daarmee een maatje te groot voor Bentheim. Momenteel is Poznan partnerstad van Assen, dat nu zelf 12 keer zo klein is als deze Poolse stad. Verhoudingen kun je altijd vanuit verschillende invalshoeken benaderen om tot tegengestelde conclusies te komen. De jumelage Assen-Bentheim bracht overigens wel enige “Gemütlichkeit”. Ik was al spoedig “der Bert’ en naarmate de uitwisseling vorderde werd het steeds meer “mein lieber Bert”. Net op tijd verliet ik de raad van Assen. Tot zover Bentheim, maar mijn Duitse avonturen waren nog niet ten einde.

Mijn partij, die zich graag als onderdeel van een internationale beweging voordoet, had bedacht dat het goed zou zijn om samen te werken met de “Genossen und Genossinnen” aan de andere kant van de grens. Dit sloot naadloos aan bij de vorming van allerlei grensoverschrijdende bestuurlijke samenwerkingsverbanden als nieuwe Hanze Interregio of Euregio. Drenthe doet daar aan mee, hoewel ik nooit heb geweten dat wij Hanzesteden in ons gewest hebben gehad. In de rij Riga, Danzig, Lübeck, Kiel, Deventer en Zutphen mis ik bijvoorbeeld Coevorden of Meppel.

Terug naar mijn partij: Ik moet hier onthullen dat eigen partijbijeenkomsten doorgaans al weinig levensvreugde brengen, maar een gezamenlijke bijeenkomst van Duitse en Nederlandse sociaal-democraten gun je niemand. Men verstaat elkaar gewoon niet en dan doel ik niet eens op de taal. In onze zuster partij, de Sozialdemokratische Partei Deutschland (SPD), heeft men de gewoonte zichzelf bij hetzij “linke” hetzij “rechte” Flügel in te delen. Maar die “Linke” zijn in Nederlandse verhoudingen helemaal niet zo links, laat staan wat de rechtervleugel dan wel niet moet zijn. Ik heb veel voor de sociaal-democraten over, maar stuur mij alsjeblieft niet naar mijn Duitse “Genossen”.

Coevorden gaat Europees

Via Coevorden, Bentheim en de grensoverschrijdende samenwerking in bestuur en politiek ben ik bij de kern waar het vanmiddag over gaat. Samen te vatten in een krantenkop uit Trouw van 24 oktober jongstleden: “Coevorden gaat Europees”. Vorige week las ik in de Drentse Courant dat de burgemeester van Coevorden wellicht ook Europees gaat, maar dat is een ander verhaal. Coevorden als één van centra in het Europa der regio’s. Is dat het lokkend perspectief, de Euregio Drenthe/Overijssel/Nedersaksen en misschien ook de Achterhoek? Vragen die daarbij beantwoord moeten worden zijn die naar de legitimiteit van de samenwerkingsverbanden, dus de vijf Nederlands-Duitse Euregio’s, de effectiviteit ervan en de democratische controle.

De Euregio waar we het hier over hebben omvat 105 Nederlandse en Duitse gemeenten, wat trouwens voor Brussel geen belemmering is om er geld in te stoppen. Mijn verkwikkende oproep is: “Laat je de kop niet gek maken!” Natuurlijk moeten de Europese binnengrenzen vervagen, maar zorg voor, les één uit de politiek!, een draagvlak en forceer het samenwerkingsproces niet. Europa is vooral een economische eenheid, daarna lange tijd niets en pas dan een beetje een sociaal pact, terwijl het in de beleving van de mensen volstrekt geen rol speelt. In Europa gaat het om productie en infrastructuur, terwijl over milieu, cultuur en zorg niet wordt gerept. Iedereen in Nederland is voor Europa, maar niemand slaat zich op de borst, terwijl hij zegt: “Ich bin ein Europaër”. Ik ben een Groninger, langzamerhand ben ik een beetje Drent en ik ben zeker een noordeling. Ik loop er niet mee te koop, maar ik ben ook een Nederlander, en ooit word ik een beetje Europeaan. Maar nooit zal ik kunnen zeggen: “Ich bin ein Deutscher”.

Zo zie je maar, samenwerking of niet: er zijn grenzen! Leuk of niet, landelijke overheden zullen steeds meer terugtreden en Europese regio’s worden economisch gezien steeds belangrijker. Bijna de helft van alle geldende regels vindt direct of indirect zijn oorsprong in Brussel. Nu al is voor deze regio de Europese hoofdstad Brussel veel belangrijker dan onze provinciehoofdstad Assen. De provincie Drenthe is voor Coevorden niet zo van belang, al zijn er velen, bijvoorbeeld in de Drentse Staten, die daar anders over denken. Coevorden is voor Drenthe belangrijker dan Drenthe voor Coevorden. Ik praat over bestuurlijk Drenthe en niet over cultureel Drenthe. Er zijn dus velen die daar anders over denken, maar zij hebben het echt mis. Laat ik het uitleggen.

Wetenschappers, bestuurders en gewone mensen

Er zijn in onze tijd drie soorten mensen. Wetenschappers, bestuurders en gewone mensen. Zelf ben ik een gewoon mens. Vroeger mocht ik wel doorleren, maar mijn oponthoud in de wetenschap duurde slechts kort. Graag wilde ik bestuurder worden, maar het lot en enkele kleinigheden hebben dat belet. Ik ben dus een gewoon mens gebleven. Wetenschappers hebben over alles een mening. Om zover te komen hebben ze veel moeten leren. Bestuurders willen overal in en bij zitten, netwerken zich suf en worden bij dat alles steeds belangrijker. Het liefst zitten ze in zoveel mogelijk gremia en reppen zich van bespreking naar overleg en zij noemen dat alles werken. Gewone mensen bepalen uiteindelijk wat er gebeurt.

Bestuurders zoeken wetenschappers die hun bedenksels en blauwdrukken een theoretische onderbouwing kunnen verschaffen. Wetenschappers hebben op hun beurt bestuurders nodig voor hun Tweede en Derde Geldstroom. Allemaal heel integer, daar niet van, maar het is voor gewone mensen, zoals u en ik, wel heel doorzichtig. De gezamenlijke provincies, het IPO, vroegen deze zomer een beroemd Nederlands socioloog, professor Zijderveld, iets te zeggen over………….inderdaad, de gezamenlijke provincies. Er kwam prompt een mooi verhaal met als titel “De blijvende betekenis van de provincie” en met de ondertitel “Een cultuursociologische beschouwing”. De arrogantie druipt van de titel af en de ondertitel wekt verwachtingen. Ten onrechte overigens. De betreffende professor was al beroemd omdat hij ooit iets lelijks over zowel het rode Rotterdam als zijn eigen partij, het CDA had gezegd. ik citeer hem: “Er wordt wel gedacht dat juist door de europeanisering en mondialisering, het steeds meer vervagen van nationale grenzen en de voortschrijdende verstedelijking, provincies wel de minst aangewezen bestuursstructuren zijn om te overleven. “Wat een zin. Zijderveld vervolgt: “Naar mijn mening is juist het omgekeerde het geval”.

Stateless nations

We zien in Europa een ontwikkeling in het nadeel van nationaal politieke structuren, in ons geval: de rijksoverheid, en ten faveure van wat ietwat losjes aangeduid wordt met regio’s krijgen het karakter van “stateless nations”. In dit licht moeten ook Euregio’s worden gezien”. Einde citaat! “Stateless nations”, wat een term! Wat een briljante vondst! Er was blijkbaar géén Nederlandse term voorhanden. Staatloze naties, gemeenschappen zonder staatsstructuur. Hooggeleerde collega’s van professor Zijderveld brandden zijn verhaal meteen af in tijdschriften en dagbladen, maar dat mag de pret niet drukken. “Stateless nations”. Zonder staatsstructuur, maar gelukkig mét een hoofdstad…..inderdaad, Coevorden!